Niet juichen!

Jaren geleden, toen je nog gewoon zonder combi-card naar de uitwedstrijden kon, zat ik op een mooie zondagmiddag met m’n broer in de Kuip. FC Twente scoorde vlak voor tijd de winnende goal en ik wilde net beginnen te juichen, toen ik nog juist op tijd door m’n broer daarvan weerhouden kon worden. Met zoveel chagrijnige Rotterdammers om ons heen leek het hem beter om niet al te veel op te vallen en dat was achteraf gezien geen onverstandige optie, gelet op het snerpende fluitconcert, waarop de thuisploeg bij het verlaten van het speelveld door de eigen supporters getracteerd werd. Andersom heb ik het ook wel eens gezien, maar dan minder onschuldig, toen Feyenoord bij FC Twente scoorde en een “vijandelijke” fan door een stel local heroes weinig zachtzinnig tot de orde werd geroepen. Het schijnt er helaas bij te horen, dat je fysiek gevaar loopt als je voor je eigen club wilt juichen.

Maar het kan allemaal nog gekker, zoals we vorige week in de krant konden lezen: om escalatie te voorkomen, gaat NAC supporters van de bezoekende partij, die in een NAC-vak zitten en iets te uitbundig juichen, van de tribune verwijderen. Oftewel, om NAC-voorzitter Willem van der Hoeven te citeren: “Wanneer je je als fan van de tegenstander gewoon gedeisd houdt, is er niets aan de hand. Juich je opvallend, dan is er een probleem. Maar ik besef heel goed, dat het eigenlijk te gek voor woorden is, dat je als supporter van de bezoekende club niet meer kunt juichen als je in een gewoon vak zit.” Even afgezien van de vraag, wat een “gewoon vak” is: u heeft groot gelijk, meneer van der Hoeven, het is inderdaad te gek voor woorden. Daarom stel ik voor, dat u dit belachelijke voornemen onmiddellijk inslikt en in plaats daarvan een stadionverbod oplegt aan elke NAC-supporter, die een juichende fan van de tegenpartij bedreigt. Maar ik ben bang, dat het daarvoor alweer te laat is. Dus als ik ooit nog eens naar een thuiswedstrijd van NAC tegen FC Twente ga, dan neem ik voor alle zekerheid wel m’n broer mee.

Copyright Peter Bonder.

Met dank aan 360SportsIntelligence.