Trots in alle eenvoud

Toen ik vrijdagmiddag naar het centrum van Enschede fietste voor het jaarlijkse oranjebiertje met de zwagers bij De Beiaard, zag ik op de stadhuistoren een enorm rood spandoek met daarop het wapen van FC Twente en in kapitalen het woord “TROTS”. Trots, meer niet. Dat gevoel had ik ook toen ik zondagmiddag langs een zeiknat en ijskoud hockeyveld stond in Soest, waar de hockeyheren van EHV de beslissende wedstrijd met de directe concurrent in de strijd tegen degradatie moesten spelen. Ik zal het wat dat betreft kort houden: ze wonnen met 3-2 en zijn daardoor veilig.

Volgend jaar dus weer eersteklassehockey in Enschede, maar ook Champions League en ik moet u zeggen: men gunt het ons van harte. De tv-kijkers in het clubhuis van Soest reageerden zeer enthousiast op de winst in Breda en Ajax werd weggehoond. Dat betekent niet alleen dat de gemiddelde hockeyer veel verstand van voetbal heeft, maar ook dat sympathie, fair play (geen Schwalbes, bijvoorbeeld) en goodwill zwaar meetellen. En dan durven Jol en De Zeeuw zich nog af te vragen waarom ze in Nijmegen begonnen te juichen toen Ruiz de 0-1 maakte.

FC Twente is de kampioen van de Twentse eenvoud. Er staat weliswaar slechts één Tukker in de basis, en dat is nota bene nog een Almeloër ook, maar de club is van het volk. Zondagmiddag om kwart over vier kwam alles er uit wat ons zo speciaal maakt. Dat stevige gevoel van gezonde achterdocht. (“Joa joa” is nee.) Die nuchtere koppigheid van “wie loat ons deur die leu oet 020 en van de Telegraaf de kop nich gek maak’n”. (Vertaal dit in het Engels en je hebt de tekst van McClaren.) En dat prachtige understatement van eeuwige liefde: ie zit mie noch niks in de weg. Dat is mijn gevoel met FC Twente: dizze club zit mie noch niks in de weg.

Copyright Peter Bonder.

Met dank aan 360SportsIntelligence.