Oranje boven

Nu er binnenkort diverse EK’s (voetbal, hockey) op het programma staan, worden we geacht ons Oranje-gevoel weer de vrije loop te laten. Het bewijst eens te meer dat sport niet onterecht als de belangrijkste bijzaak in het leven kan worden beschouwd, want van de rauwe werkelijkheid kunnen we onmogelijk vrolijk worden. Zo gaat ons koningshuis, dat met zijn traditionele allure en historische decorum toch op z’n minst een morele voorbeeldrol zou moeten vervullen, zich uitbundig te buiten aan exorbitante vakanties, dubieuze vastgoedtransacties, hebzuchtige inhaligheid en private jachtpartijen in strikt besloten reservaten. En toch staat het standbeeld van stamvader Prins Bernhard, die een onwelriekend spoor van venerische aandoeningen, halfslachtige bastaards en ordinaire corruptie verspreidde, nog steeds stevig op zijn sokkel. Oranje boven!

Ik vraag me werkelijk af waarom we straks, thuis en in de stadions, voor dit land moeten juichen. Er zijn tienduizenden gezinnen gedurende lange jaren hardvochtig gekneveld door een criminele organisatie van gewetenloze potentaten en wegkijkende politici. Er ligt een snoeihard rapport op tafel waarin de waarheid eindelijk eens ronduit gezegd wordt. En toch hebben verreweg de meesten van de getroffen slachtoffers nog geen rooie rotcent ontvangen van de fooi die ze is beloofd. Waarom niet? Toen de zogenaamde fraude bewezen moest worden kon het ook snel – en genadeloos. De reactie van het kabinet past perfect in het perfide plaatje van zorgvuldig geacteerde deemoed en devoot gelispelde schaamte. Asscher en Wiebes zijn de enigen met ballen en maakt u zich over hen vooral geen zorgen: die glijden rechtstreeks door naar een zachte landing in de comfortabele hangmat van wachtgeld en netwerk. Oranje boven? Ik dacht het niet.

Copyright Peter Bonder.

Met dank aan 360SportsIntelligence.