Snottebalk

Thibaut Courtois is keeper van het Belgische elftal. Daarnaast verdedigt hij in clubverband het doel van Real Madrid, waarvoor hij in 2018 een contract tekende dat hem voor de duur van zes seizoenen een netto jaarsalaris van acht miljoen opleverde. In ruil daarvoor mag hij zich een bevoorrecht mens voelen, als onderdeel van misschien wel de mooiste club ter wereld, in een legendarisch stadion dat algemeen beschouwd als de tempel voor de hoogmis van het voetbal. Elke veertien dagen maakt hij zijn jongensdroom waar, de supporters zingen zijn naam en als hij in 2024 zijn contract uitgediend heeft, zal hij inclusief bonussen, toeslagen en premies ruim vijftig miljoen bij elkaar geharkt hebben. Daarvoor heeft hij niet veel meer moeten doen dan af en toe een verdwaald schot tegenhouden, vooral veel terugspeelballen oprapen en elke dag trainen met fantastische spelers, onder het genot van ideale omstandigheden en voorzien van maximale verzorging. Als profvoetballer in het algemeen en keeper van Real Madrid in het bijzonder heb je een leven als een luis op een zeer hoofd, zoals mijn vader zaliger het in al zijn ongecompliceerde wijsheid placht uit te drukken.

Voor het team van België moest hij onlangs twee keer in vier dagen aan de bak. Twee keer in vier dagen! De gemiddelde fan moet zich het brood uit de mond sparen om hem eens in de twee weken te kunnen zien keepen, en dat verdient hij niet door twee keer in vier dagen op te komen draven. Courtois begon een potje te jammeren over het schema van de UEFA, met de vraag wanneer hij en zijn betreurenswaardige collega’s ‘eindelijk een keer rust’ zouden krijgen. Het antwoord op die vraag wil ik hem wel geven: verscheur je miljoenencontract, lever je handschoenen in en ga lekker keepen bij KSK Bree, het voetbalclubje in je geboorteplaats. Eén keer per week een wedstrijdje, trainen wanneer het je uitkomt en na afloop een mooie Affligem. De vrouw van de voorzitter wil vast wel met je op de foto, en misschien zit er – amaai! – nog wel veel meer in dan dat, je weet het maar nooit. En wanneer je de nul houdt, mag je bij Slagerij van Deursen aan de Nieuwstadstraat een zorgvuldig geselecteerd pakket aan artisanale charcuterie uitzoeken. Doe dat allemaal, en word voor mijn part honderd jaar, maar ga nooit (ik herhaal: nooit!) meer zeveren over twee wedstrijden in vier dagen. Snottebalk! Ga je schamen.

Copyright Peter Bonder.

Met dank aan 360SportsIntelligence.