Ten Hag

Even leek het er op dat een onversneden Tukker het miljoenenbedrijf Ajax, genoteerd aan de beurs van Amsterdam en gevestigd in de Johan Cruyff Arena, zou gaan redden. Temidden van alle chaos en paniek over de dickpic-affaire met technisch directeur Marc Overmars, nam hij tegenover de buitenwereld de honneurs waar en dat deed hij voortreffelijk. Waar Edwin van der Sar, directeur met een strikdiploma, zich zwijgend op de voorgrond hield, en de Raad van Commissarissen met glans slaagde voor een brevet van onvermogen, ging Erik ten Hag de confrontatie met de media aan. Eerlijk, moedig en betrokken, met voldoende afstand van de materie en toch loyaal aan zijn oude vriend. Dit was een man die zijn club door dik en dun trouw bleef – maar niet heus. Intussen kan het Ten Hag allemaal geen bal meer schelen, is hij openlijk aan het solliciteren naar een andere omgeving en wil hij nog maar één ding: ver weg van die verstikkende atmosfeer in dat deprimerende pakhuis van afgunst, ontrouw en chagrijn.

Zie zijn commentaar op het interview van zijn aanvoerder Dusan Tadic, een Servische macho die pist op vrouwenrechten. Nee, hij had het niet gezien, maar wist wel te vertellen dat de speler het niet zo bedoeld had. Zie ook zijn reactie op de berichten waaruit bleek dat zijn oogappel Quincy Promess niet alleen iemand dood (dood!) had willen steken, maar ook nog eens verdacht werd van een serieuze cocaïnehandel. Hoe wist de verslaggever dat zo zeker, was de NOS op de stoel van de rechter gaan zitten soms? En zo zette het morele verval door na afloop van de wedstrijd tegen Benfica: zijn ploeg had zeer goed gespeeld, het was geen vrije trap en het onrecht had gewonnen. Aldus solliciteerde hij met succes naar de weinig benijdenswaardige positie van slechtste verliezer sinds Donald Trump. En ineens ging dat kiezelstugge Twentse accent me tegenstaan. Ajax smaakt tegenwoordig naar azijn met citroen. Ja, dit is een zuur stukje.

Copyright Peter Bonder.

Met dank aan 360SportsIntelligence.