Am Bökelberg

Bij alle Europese trips van FC Twente was ik één keer daadwerkelijk van de partij, maar dat was dan ook meteen een heel speciale, zo eentje die je nooit meer vergeet. Het is 11 april 1973 en ik ben bezig om als 19-jarig beginnend tekstschrijver mijn weg te vinden bij reclamebureau Advigrafo aan de Buurserstraat, met de legendarische fotograaf Joop Hardick, de latere uitbater van Café de Pijp. Het leek de directie wel een goed idee om met de bus naar Mönchengladbach te gaan, voor de Europa Cup-wedstrijd van FC Twente. We wisten toen nog niet dat we getuige zouden zijn van een in alle opzichten historisch duel, waarbij aangetekend dient te worden dat de onderlinge verhoudingen tussen Nederland en Duitsland destijds nog in een, laten we zeggen, verkennend stadium verkeerden. Het kon, met andere woorden, alle kanten op – in ons geval dus nadrukkelijk ook de verkeerde.

Na dik een half uur scoort Jupp Heynckes de 1-0 en vanaf dat moment wordt het grimmig op de Bökelberg, waar ik die avond veel nieuwe woorden leer. De tweede helft is vijf minuten oud als Henning Jensen de 2-0 laat noteren en dat is het sein voor een turbulente periode, niet alleen op het veld, maar ook op de tribunes. Doelman Piet Schrijvers besluit Jupp Heynckes de bal in het gezicht te drukken, waarop deze zich theatraal laat vallen en de toegekende strafschop zelf benut. Het hek is van de dam en de bereden politie moet er aan te pas komen om de orde te herstellen. Het is alsof we per ongeluk in een aflevering van Derrick zijn verdwaald. (Een collega naast me zegt: ‘Harry, hohl mal den Wagen.’) De nog niet geheel bedaarde gemoederen krijgen een nieuwe impuls als René van de Kerkhof de lokale vedette Günther Netzer, een arrogante kwal die onze jongens gedurende de gehele wedstrijd met zijn onuitstaanbare primadonnagedrag heeft lopen te sarren, in de laatste minuut doormidden schopt en onder luid gejuich van de uitsupporters met een rode kaart het strijdperk dient te verlaten. Hij gaat nog net niet op de schouders het veld af en we zingen van ‘So ein Tag so wunderschön wie heute!’

De eindstand wordt 3-0 en stuiterend van de adrenaline zoeken we onze bus op, die vanwege het NL-kenteken door de harde kern van de Borussen is geconfisceerd en slechts met de grootste moeite op de intens gehate bezetter kan worden teruggevorderd, waarbij ik er spontaan ook weer een paar nieuwe woorden bijleer – hetgeen voor een leerling tekstschrijver op zich geen kwaad zou kunnen, ware het niet dat ze zonder uitzondering Duitstalig zijn, met verrassend veel originele varianten op het begrip ‘kut’- dan wel ‘rotmoffen’. Het massaal gezongen ‘Auf wiedersehen!’ zal ons tot aan de Knalhutteweg hinderlijk blijven achtervolgen. We gaan Europa in? Nein, danke!

Copyright Peter Bonder.

Met dank aan 360SportsIntelligence.