Talkshows

Van alle landen ter wereld heeft Nederland met afstand de meeste talkshows per vierkante meter. Je kunt het tv-toestel niet aanzetten of een gastheer of gastvrouw verwelkomt ons vanachter een zorgvuldig ontworpen tafel (pardon: desk) om een aantal, min of meer kieskeurig geselecteerde gasten te ontvangen. Vervolgens is het de bedoeling dat dit gezelschap een al dan niet geanimeerd gesprek voert, bij voorkeur over de actualiteit van die dag, maar als iemand onverhoeds uitwijdt over een persoonlijk stokpaardje dan wel private hobby is het ook goed. Als het maar beweegt, lijkt het motto van producent, regisseur en omroep. Dat er ook geluid uit komt, doet kennelijk minder ter zake. Ik heb speciaal voor u de afgelopen week elke avond gekeken en ik kan u melden: alle talkshows zijn volstrekt inwisselbaar, alleen de kwaliteit van de gasten varieert nogal, van stuitend dom en volstrekt overbodig tot misplaatst gewichtig en hinderlijk bijdehand. Alle reden dus om mijn eigen Top Vijf bekend te maken, hou u vast.

Mijn nummer vijf is Barrie Stevens, niet te verwarren met Ronnie Tober. Die bracht tenminste nog rozen naar Sandra (‘Voor ze weg/van ons gaat, ‘t is misschien/niet te laat’), deze overjarige toyboy heeft geen idee wat ze van hem verwachten, waarbij zijn motto ‘Vooral doorgaan!’ eigenlijk alleen hemzelf goed van pas lijkt te komen, maar bij het item waarvoor ze hem nou juist gevraagd hadden (zijn Queen Elisabeth) helaas te laat kwam. Op nummer vier heb ik Marc-Marie Huijbregts staan. Zijn tragisch mislukte oudejaarsconference uit 2018 is op de Kleinkunst Academie verplichte kost om te leren hoe het dus vooral niet moet. Het meest opvallende kenmerk aan deze curieuze tuinkabouter is de karakteristieke piepstem, waarmee hij het onnozele kakelen tot norm heeft verheven. Kan niks, weet niks, maar verder niet gevaalijk. Op nummer drie zien we Francis van Broekhuizen, een ernstig verwarde operazangeres die lijkt te zijn weggelopen uit een strip van Hergé, geboetseerd naar het model van Bianca Castafiore, wat letterlijk ‘witte kuise bloem’ betekent. Ik stel voor om het daar uit piëteit maar bij te laten. De bedrijfstak in de flora heeft het al zwaar genoeg.

We denderen de Top Twee in. Daarin gaat het tussen twee heren, die hun sporen in de babbelbusiness wel hebben verdiend. Nummer Twee is Jack van Gelder, vooral bekend van zijn nooit geëvenaarde Dennis Bergkamp-orgasme. In het godzijdank ondermaats bekeken pauzenummer Half8 draaft hij steeds vaker op om de stemming onder het volk uit te venten. Het absolute dieptepunt bereikte dit glimmende glijmiddel onlangs door te pleiten voor een zakenkabinet van sterke mannen, waarin hij – immers de bescheidenheid zelve – weliswaar geen plaats voor hemzelf weggelegd zag, maar de mogelijkheid voor alle zekerheid toch maar even niet geheel onvermeld wilde laten. Nummer één, tja, we kunnen er niet omheen, maar dat is toch echt Johan Derksen. Moet ik nog uitleggen waarom? De man beheert een complete lommerd aan tweedehands opvattingen en middeleeuwse denkbeelden, en hij grossiert in masculiene standpunten en ranzige anekdotes, maar hij brengt zijn authentieke lompheid dermate monter aan de man, dat zelfs de meest feministische gasten smelten als de kaars waarmee hij voor de eerste en voorlopig meteen ook de laatste keer een Nederlandse talkshow tenminste nog enige vorm van diepgang verleende.

Copyright Peter Bonder.

Met dank aan 360SportsIntelligence.