Icarus

Een oud spreekwoord wil bedoeld hebben dat de duivel altijd op de grote hoop schijt, waarmee overigens niet gezegd wil zijn dat met geld ook alles te koop is – wel veel, maar niet alles. Dat ondervonden de vijf bemanningsleden van de Titan, het dubieuze duikbootje van de Action waarin ze een tot mislukken gedoemde expeditie naar het wrak van de Titanic met een ellendige dood moesten bekopen. Ze hadden vele tonnen betaald om mee te mogen en misschien was dat wel de reden waarom kosten noch moeite gespaard werden in de vergeefse pogingen om hen te redden. Intussen liggen enkele honderden asielzoekers, sorry: ‘dobbernegers’ in de verwerpelijke terminologie van JA21-Eerste Kamerlid, de geachte afgevaardigde Annabel Nanninga, op de bodem van de zee voor de Griekse kust in een gezamenlijk zeemansgraf. Hoewel ze relatief waarschijnlijk een veel hogere prijs, vaak zelfs hun laatste geld, waren overeengekomen met de gewetenloze mensensmokkelaars die hen als ratten in de val hadden gelokt, lijken ze zelfs in dode toestand kennelijk minder waard te zijn dan roekeloze avonturiers met een voorspelbaar noodlot.

Voor wie wel van een minder levensgevaarlijk gokje hield, was de coronacrisis een aantrekkelijke tombola met een goedgevulde grabbelton. We kennen allemaal het verhaal van Sywert, maar intussen blijkt dat hij bepaald niet de enige is die gehaaid heeft geprofiteerd van het nonchalante gesmijt met talloos veel miljoenen. Sterker nog: vergeleken met Ferrari-dealer Frits Kroymans in Hilversum is de mondkapjesmissionaris met zijn fooi van tien miljoen maar een armzalige krabbelaar. De chique limousineschuiver in het Gooi verdiende via zijn speeltje Lasaulec in Heerenveen 35 miljoen met de verkoop van beschermende pakken in een deal die volgens de regering een ‘onwenselijk hoge’ winstmarge kent, met de retorische vraag of het ‘ethisch verantwoord’ is. Dat probleem is aan hem niet besteed, want de man kent geen scrupules: na een faillissement vanwege de kredietcrisis liet hij de fiscus fluiten naar een schuld van 55 miljoen, maar met de coronapoet maakte hij zijn come-back in het linkerrijtje van de Quote 200, met een geschat vermogen van 250 miljoen, een veertig jaar jongere golddigger in de sponde en villa’s op Mallorca en aan de Vecht, waar zijn zeiljacht met de omineuze naam Icarus (hou dit vast) voor 35.000 euro per week te huur ligt - inclusief drie bemanningsleden, dat dan weer wel.

Nu zal het me eerlijk gezegd jeuken dat dit ‘ons soort mensen’ elkaar op de comfortabele flanken van de Utrechtse Heuvelrug een poot uitdraait, maar het blijft me fascineren om te zien hoe ze reageren als ze op hun gedrag worden aangesproken. De redactie van Jinek had Jaïr Ferwerda, toch geen voorbeeld van een anarchistische bolsjewiek, naar een haringparty gestuurd waar de cabriopooier een filantropisch vorkje meeprikte. Dit soort gelegenheden is doorgaans een gerieflijk alibi voor omhooggevallen societytuig en rondneukende glamourhooligans met een gezamenlijk strafblad van gemiddeld twintig jaar tuchthuis, die uitsluitend vrij rondlopen dankzij vormfouten van het OM, dat op dit gebied een bedenkelijke en waarschijnlijk ook wel lucratieve reputatie heeft opgebouwd. De ontmoeting met de louche coronacowboy, herkenbaar aan de ietwat knellende botoxchoker, had veel weg van de historische aanvaring van Prins Bernhard met Willibrord Frequin ten tijde van het Lockheed-schandaal, met een vergelijkbaar kostelijk hoog vlerk-hoe-durf-je-gehalte. Hij produceerde met veel dedain nog wel een pruttelend blufboertje dat hij ‘honderden mensen’ in dienst had – alsof dat kennelijk een gerechtvaardigde reden is om een criminele graaimarge op een schandelijke schraapfactuur te zetten. Het was weliswaar geen geurtelevisie, maar de reuk was onmiskenbaar: deze kakshit stonk een uur in de wind. En om nog even op de naam van zijn sloepje terug te komen: het verhaal van Icarus eindigde met gesmolten vleugels als symbool van hoogmoed voor de val. Over stank gesproken: er is dus nog ‘hoop’.


Copyright Peter Bonder.

Kijk ook op www.twentesport.com.