‘Dat ding’

Staatssecretaris Eric van den Burg heeft meer lef, fatsoen en statuur in zijn linkerpink dan alle laffe bewindslieden uit het vorige kabinet, die niet wisten hoe gauw ze de stekker er uit moesten trekken toen het electorale glijmoment zich aandiende. Zijn gevecht tegen de tranen werd door menig partijgenoot belachelijk gemaakt, wat uiterst doeltreffend het onthutsende beeld versterkte dat de man gehaat is in Blaricum, Bergen en Bloemendaal, de bruingroene reservaten waar de bewoners vanuit hun private prieeltjes in het veilig omheinde loof angstvallig waken over hun kadastrale eigendommen, die ze liever niet delen met ongewenste gasten uit onveilige gebieden. Met zijn voorstel voor een spreidingswet om het aantal asielzoekers eerlijker over het hele land te verdelen, wilde hij voorkomen dat mensen op overvolle opvangplekken buiten moeten slapen en dat het mensonterende gebrek aan dagbesteding, onderwijs, hygiëne en privacy doelmatiger kan worden aangepakt. Dat viel niet in goede aarde bij zijn soortgenoten, die kennelijk liever de kritiek van Artsen Zonder Grenzen en het Rode Kruis op hun dak krijgen dan medemensen in nood een fatsoenlijke behandeling gunnen.

Nee, die maffe humaanklapper Van den Burg moest niet denken dat zijn voorstel met de demissionaire boedel meeverhuisde naar het overleg in de Trêveszaal. Sterker nog: ‘Ik acht de kans sowieso klein dat dat ding behandeld wordt’, sprak VVD-fractievoorzitter Sophie Hermans ferme taal. Huh? Dat ding? Zei ze dat nou echt? Ja, dat zei ze echt, onze Sophietje, het op vroege leeftijd bijna bejaard geworden lekkende theebuiltje dat het failliete versterf van Rutte-IV waterdicht door de verhuizing moet loodsen. Niets aan dit nerveuze misbaksel is echt, alles is bestudeerd en mediagefokt. Die zorgvuldig getimede zuchtjes. Dat oproepbare gerol met de ogen. Alsof ze overal zwaar aan tilt, terwijl ze slechts de tas van Rutte hoeft te dragen. Ze hield niet van spinazie à la crême, zei ze ooit op zo’n nationale rollatorreünie, vroeger ook wel partijconges geheten, waarna ze ook nog heel dapper ‘Schiet eens op!’ riep tegen Marjjjjk. Je zou er Sophietariër van worden, met dat ongekamde zeewier op haar hoofd.

Maar het kan altijd nog erger: in de coulissen staat Ruben Brekelmans klaar. Ruben wie? Ruben Brekelmans, de Leeuw van Leidschendam, Held van Holland, ereburger van Blaricum, Bergen en Bloemendaal. Hij is bereid om het corveebaantje over te nemen, want: ‘Als je een stevig beleid wilt voeren, moet je niet blijven steken in compromissen met links. Dan kan het nodig zijn met Geert Wilders tot oplossingen te komen.’ Hè hè, eindelijk iemand die het zegt. Het is er uit, het hoge G-woord. Ze kunnen de pot op met hun cordon sanitaire. We hebben de P, we hebben de V, we hebben de V, we hebben de PVV. Kom d’r maar in, Geert, met je zeer gewaardeerde gedoogsteun. Pak ze maar aan, met je minder, minder, minder. Nog minder dagbesteding, nog minder onderwijs, nog minder hygiëne, nog minder privacy. Buiten slapen? We hebben ze toch niet gevraagd om dat hele pokke eind hierheen te komen zwemmen, ha ha ha? Nou dan. Zolang ze in Blaricum, Bergen en Bloemendaal maar ongestoord asielzoekersvrij kunnen resideren. En Sophietje Hermans? Ach, die wordt voortaan in de notulen genoemd als ‘dat ding’.

Copyright Peter Bonder.

Kijk ook op www.twentesport.com.