Time squeeze

Rogier van Boxtel is het prototype van een D66-bestuurder: nergens echt verstand van, maar wel overal met de vingers aan de knoppen. Na een weldadige duik in het warme bad van de politiek, waarmee hij zich een buitengewoon prettige oudedagsvoorziening bezorgde, stapelde hij een comfortabel CV op elkaar met klinkende namen als referentiekader in het old boys network: Menzis, Humanitisch Verbond, NPS, Ajax, Nederlandse Spoorwegen en KPMG, een grote organisatie van accountants waar hij onlangs vanwege een integriteitskwestie het veld moest ruimen. Van Boxtel kon zijn schuld weliswaar niet ontkennen, maar legde de oorzaak ook bij een ‘enorme time squeeze’ vanwege een andere afspraak. Wanneer een slachtoffer van het toeslagenschandaal dat als excuus zou hebben gebruikt, zou de reactie zijn geweest: ‘Gelul, betalen!’ Maar uit de mond van zo’n geparfumeerde luchtverplaatser klinkt het wel deftig, en nog geloofwaardig ook: ‘Ja, hij had last van een time squeeze, dat hebben die mensen nou eenmaal, snap dat dan toch!’

Het is dezelfde stuitende arrogantie waarmee het faillissement van het fietsenmerk Van Moof wordt begeleid. Neem alleen al de naamgeving die de oprichters hebben bedacht. Ze heten Ties en Taco Carlier, twee broers nog wel, dus wat zou meer voor de hand hebben gelegen dan een simpel doch doeltreffend TiTa? Maar nee, het moest imponerender, mondialer zelfs, want ze zouden de wereld gaan veroveren, tot aan New York toe, en dus werd het Van Moof. Vèn Moef, mind you. Alsof ze aan Sunset Park in Brooklyn op een stel zichzelf over het zadel tillende luchtfietsers uit een buitenwijk van Kopenhagen zitten te wachten. Het vervolg is bekend: Van Moof werd TiTa, van de Tovenaars. Mooie fietsen, daar niet van, maar voor onderdelen moest je vier weken wachten of een nieuwe hypotheek opnemen. Het is net Ajax: in Amsterdam denken ze dat er door heel Nederland een schok van ontzetting gaat als er in de Johan Cruyff Arena een tegendoelpunt valt. Het tegendeel is waar: buiten de grachtengordel halen ze verbaasd hun schouders op en bellen ze met de fietsenmaker op de hoek, waar ze dezelfde dag nog met een kopje koffie op hun reparatie kunnen wachten, inclusief een gratis gesprekje over het weer en het voetbal, dat overigens niet noodzakelijkerwijs Ajax betekent. (Buiten de grote stad heet dat in gewoon Nederlands niet voor niets ‘koetjes en kalfjes’.)

Dat noemen we kleinschaligheid en dat is inderdaad heel erg ouderwets, maar ook wel fijn dat het nog kan. D66 en Van Moof zijn vergeten waar het in de kneuterige gewonemensenwereld vooral om draait: normaal doen, dingen bij de naam noemen en afspraken nakomen. Ze doen allebei precies het tegenovergestelde: veel grote woorden, maar weinig leveren. Sigrid Kaag wordt na haar vaandelvlucht door de geconfijte kandij-industrie van de poesiealbumbrigade op het altaar van het vrouwendeugconcilie zalig verklaard, maar ik lees nergens iets over het naakte feit dat ze gewoon een bar slechte minister was: namens Buitenlandse Zaken liet ze landgenoten in Afghanistan, en localo’s die voor hen gewerkt hadden, met gevaar voor hun leven zweten voor de Taliban en op Financiën had ze een bewaarschoolbegroting in elkaar gefröbeld waarvan zelfs de linkse oppositie zich wanhopig afvroeg wie dat allemaal zou moeten betalen. Madam had namelijk geen idee of het prijsplafond voor de energierekening tien, twintig of veertig miljard ging kosten. Ze had het natuurlijk aan Rogier van Boxtel kunnen vragen, maar die had juist op dat moment waarschijnlijk weer last van een ‘enorme time squeeze’. En zo is het altijd met die gasten van D66: het ligt nooit aan hen.

Copyright Peter Bonder.

Kijk ook op www.twentesport.com.