Supporters

Carlos Aalbers was tussen 1982 en 1996 een vaste waarde in de opstelling van NEC, waarvoor hij maar liefst 385 wedstrijden speelde. Eigenlijk was hij in 1995 al gestopt, maar omdat zijn club toen in acute degradatienood verkeerde plakte hij er nog een nacompetitie aan vast om de plaats in de Eredivisie mee te helpen veilig te stellen. Van 2007 tot 2013 was hij technisch directeur in Nijmegen, waarna hij tot vorig jaar bij Willem II, Groningen en AZ in diverse functies werkzaam was. Met ingang van dit seizoen is hij weer terug bij NEC op zijn vorige positie en je zou dus denken dat hij met zo’n roemrijk verleden als clubicoon, en een dergelijke bagage in de subtop van het betaald voetbal, bij de fans wel een potje kan breken. Nu moet ik er voor de zuiverheid bij vermelden dat Carlos een volle neef van mijn vrouw is en dat ik hem daardoor een paar keer heb ontmoet. Veel verder dan het uitwisselen van koetjes en kalfjes zijn we daarbij nooit gekomen, plus de gebruikelijke wijsneuzigheden van bijdehante aard, maar helemaal onbevooroordeeld kan ik dus niet zijn. En toch ben ik onaangenaam verrast door het feit dat ook voor hem de keiharde voetbalwet van ‘resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst’ zo snel al werkelijkheid zou worden: na twee verloren wedstrijden werd de spelersbus van NEC afgelopen vrijdagavond in Nijmegen opgewacht door ontevreden supporters die bij de spelers en de staf verhaal kwamen halen en in Almelo ook al luidkeels het vertrek van trainer Rogier Meijer hadden bezongen.

Wacht even. Het seizoen is dus nog maar twee weken gaande en de spelers van NEC hebben tegen Excelsior en Heracles vooral in verdedigend opzicht al voor pakweg vier jaar ruim voldoende fouten gemaakt, waarbij het bovendien ook zou helpen als de keeper af en toe eens een bal tegenhoudt, en de technisch directeur krijgt de schuld? Zo werkt het dus, dat de supporters hem ervoor verantwoordelijk houden dat schromelijk overschatte – en hopeloos overbetaalde – professionals geen bal fatsoenlijk raken – terwijl dat jou juist het enige is wat gedurende twee keer drie kwartier per volledige werkweek van hen verwacht wordt. Net zoals het de taak van van supporters is om in goede én in slechte tijden achter hun helden te blijven staan – dacht ik, in mijn onschuld. Maar nee, het is kennelijk de taak van supporters om na twee beroerde resultaten de technisch directeur de les te lezen.

Supporters hebben veel te vertellen in en om de stadions. Het waren supporters van Spakenburg (twee keer per zondag naar de kerk, maar langs de lijn geldt God noch gebod) die PSV’er Xavi Simons gedurende negentig minuten voor ‘homo’ uitscholden. Het waren supporters van Ajax, verenigd in de F-Side, bij wie Wesley Sneijder (misschien niet het toppunt van slimheid, maar juist daarom een symbool van verwantschap) zich met de pet in de hand moest melden voor een functioneringsgesprek om weer toegang tot de Johan Cruyff Arena te verkrijgen. Het waren supporters van Feyenoord die op cupcampagne in het kielzog van hun idolen brandschattend door Europese steden trokken, een spoor van vernieling (onder andere van monumentale fonteinen) achterlieten en hun club opgeteld al vele tienduizenden euro’s aan boetes hebben bezorgd. Het waren supporters van PSV die De Kuip na de bekerfinale tegen Ajax probeerden te verbouwen en er voor tonnen aan schade veroorzaakten. En het waren supporters van FC Twente die de fans van hun Zweedse tegenstander op de tribune molesteerden en met verraderlijke hoodies hun verachtelijke daden probeerden te maskeren en zo de dans dachten te ontspringen. Ze zijn allemaal voor verschillende clubs, maar ze hebben een paar dingen gemeen: ze zijn laf, leeg, lui en lelijk, ze zijn met veel te veel en – vooral – ze zijn alleen maar uit op aandacht. Dus misschien had ik dit stukje beter niet kunnen schrijven.

Copyright Peter Bonder.

Kijk ook op www.twentesport.com.