Topsportleefstijlcoach

Als Femke Bol volgend jaar in Parijs goud wint op de 400 meter horden, zit Pieter van den Hoogenband op zijn hotelkamer een boek te lezen met verhalen van sporters. De chef d’equipe van het NOC*NSF vindt prestaties niet het belangrijkste en medailles meer iets voor uitslovers. Verhalen, dáár gaat het om. Misschien is dit wel zo’n verhaal: Femke Bol heeft zich de gehele afgelopen winter helemaal het schompes getraind op een nieuwe aanpak van haar specialiteit. In plaats van vijftien stappen tussen de tien hindernissen op de baan, ging ze naar een ander passenpatroon van veertien om anderhalf seconde te winnen. Volgens haar trainer Laurent Meuwly moest ze zich daardoor op drie onderdelen verbeteren: sterker worden voor een krachtiger afzet, aan haar techniek schaven en meer ontspanning in de loop ontwikkelen. Dat klinkt nog redelijk eenvoudig als je het zo optikt, maar in de praktijk komt het neer op vele uren bikkelhard trainen, eentonig doorbuffelen en kleine stapjes resultaat zien. Totdat je dus in Boedapest alvast een voorschotje op olympisch goud neemt door iedereen naar huis te hordenlopen (en op de laatste avond van het WK ook nog even een onwaarschijnlijke eindsprint af te leveren).

Met haar talent, haar karakter en haar leeftijd heeft Femke Bol alles in huis om de opvolgster te worden van Ireen Wust als beste Nederlandse beste olympiër aller tijden (zes gouden, vijf zilveren en twee bronzen medailles op vijf verschillende toernooien). Sinds april is de ex-schaatsster bij NOC*NSF actief als ‘expert prestatiegedrag en mentale gezondheid’, begeleidt ze jonge sporters en is ze topsportleefstijlcoach (!) voor regionale talenten in het noorden van het land. Afgelopen zaterdag had De Volkskrant een interview met haar en enkele citaten daaruit wil ik u niet onthouden (en misschien dat Pieter van den Hoogenband ook even mee kan lezen): ‘Topsport is niet gezond. Je moet grenzen over. Maar ik werd er wel gelukkig van. Het neigt ernaar dat het alleen maar leuk en gezellig moet zijn. Dat is topsport niet altijd. Een topsporter moet af en toe door de pijn duwen. Om grenzen te verleggen. We gaan naar een maatschappij waarin je naar je gevoel moet luisteren en mentale druk al snel als iets negatiefs wordt gezien. Tegenwoordig moet je vaak eerst in gesprek met de ouders, voordat je met de sporters zelf kunt praten. Er zijn ouders die hun kinderen in alles willen beschermen. Als we allemaal softies maken, komen we er niet, niet als je records wil verbreken.’

Hallo Pieter, ben je daar nog? Je weet toch zelf nog wel hoe het vroeger ging, met jou en Inge de Bruyn en al die andere toppers van jullie gouden generatie? De blik op oneindig, het verstand op nul en het snot voor de ogen? Oké, luister dan nog even naar Ireen Wust: ‘Zelf trainde ik zo’n twaalf keer per week. Sommige trainingen duurden drie uur, elke dag stond in het teken van de sport. Niet elke training is leuk. Drie uur fietsen in de regen vond ik ook niet leuk. Soms weet je: ik zal de komende drie dagen met spierpijn over mijn hele lijf rondlopen. Er waren af en toe trainingen waarin ik kotsend boven kwam op een berg. Dat hoorde allemaal bij het doel dat ik had. Je kunt geen topprestaties leveren met een zachtere aanpak. Topsport is hard, maar het heeft mijn leven op alle fronten verrijkt.’ Tot zover het verhaal van Ireen Wust, voor wie presteren geen vies woord was. Femke Bol lijkt uit hetzelfde hout gesneden te zijn en de juiste instelling te hebben. Voor haar geen curlingouders, pamperpedagogiek en rubber tegeltjes. Nou nog iemand die NOS-atletiekanalist Gregory Sedoc op staande voet ontslaat (‘Lopen doe je met je armen’ zei de mafkees) en we gaan voor goud in Parijs. Noteert u maar vast: donderdag 8 augustus 2024, Stade de France, ergens tussen 19.00 en 22.00 uur. Advies voor de rest van het deelnemersveld: Cherchez la Femke!


Copyright Peter Bonder.

Kijk ook op www.twentesport.com.