Zonder paarden

De afdeling Enschede van de Partij voor de Dieren roept alle tweehonderd sponsors van de Military Boekelo op om te stoppen met de ondersteuning van het evenement, oftewel ‘het financieren van dierenleed’ zoals de politieke beweging het zelf omschrijft. ‘Ik heb liever dat de Military omvalt, dan al die paarden’ aldus raadslid Judtih Hofte die daarmee refereert aan de valpartijen op het terrein van de wedstrijd. Nu hoef ik de organisatie niet te verdedigen, ook al heb ik er enkele jaren met veel plezier als vrijwilliger aan meegewerkt, maar de laatste dodelijke ongevallen dateren van 1997. Die zijn daarom niet minder verschrikkelijk, integendeel, ik heb die kadavers ook in die kraan zien hangen en dat beeld vergeet je nooit meer. Sindsdien echter zijn, in samenwerking en overleg met de dierenbescherming, de hindernissen veiliger gemaakt, al kan natuurlijk nooit worden voorkomen, laat staan uitgesloten dat een paard een schuiver maakt, net zoals een voetballer op gras ook wel eens onderuit gaat. De reactie van voorzitter Robert Zandstra op het protest van de anti-Military-activisten is dan ook even neutraal als voorspelbaar: het is hun goed recht om dit te vinden, maar misschien moeten ze eens met ons komen praten.

Een van de thema’s in zo’n gesprek zou kunnen zijn om het idee te bespreken van een wedstrijd zonder paarden, zoals de PvdD voorstelt. Dat lijkt een idioot plan, maar bij nader inzien helemaal niet zo onrealistisch, sterker nog: het is zelfs al eens gebeurd. Ik neem u mee terug naar de kletsnatte herfst van 1993, toen de Twentse dreven dermate drassig werden van de vele regenbuien dat de wedstrijd moest worden afgelast – voor het eerst in de geschiedenis sinds het ontstaan in 1971. Dat wil zeggen: de paarden reden niet, maar de mensen kwamen wel. Het parcours van de cross country ging op de zaterdag gewoon open en het zag er zwart van de duizenden wandelaars die van een mooie middag genoten. Zelfs in het Strodorp was het business as usual: alle standhouders hadden hun plek ingenomen. Paardensport zonder paarden, het kan dus wel en voor veel bezoekers is het ook als er om de prijzen gestreden wordt een jaarlijkse traditie, die niet zelden plaats vindt in de vorm van een gezellige reünie met z’n allen aan het infuus van de naburige Grolsch-fabriek.

Natuurlijk, geen misverstand: qua prestaties en uitslag geldt de Military Boekelo als een absoluut topaffiche in de hippische wereld. Niet voor niets is de wedstrijd in veel serieuze paardensportlanden een beslissende graadmeter inzake de kwalificatie voor deelname aan de Olympische Spelen, de winnaar is verzekerd van eeuwige roem in zijn klasse, onder de ruiters is de populariteit even unaniem als legendarisch, terwijl voor de bezetting van de technische jury en de veterinaire commissie uitsluitend de best opgeleide vakmensen in aanmerking komen. Maar buiten de sportieve kaders is het een al business and pleasure dat de klok slaat. Op de website van de organisatie wordt niet onder stoelen of banken gestolen dat we het hier over een van Nederlands grootste netwerkplatforms hebben, met een week lang volop mogelijkheden om zakelijke relaties in een ongedwongen sfeer te ontvangen en de perfecte ambiance voor een paar gezellige uurtjes in de Twentse herfst op z’n allerbest. Oftewel, in gewone huis-, tuin- en keukentaal: terwijl de paarden en hun ruiters tot het uiterste gaan om hun sportieve krachten te maken, draven de echte liefhebbers in galop naar hun zadel aan de trog, waar de teugels worden gevierd en de bokjes vrolijk rond gaan. Gelet op het briesende gehinnik dat vanuit de vele hospitality units opstijgt mogen we concluderen dat het een buitengewoon gezellige werkbespreking is op het sjikkertariaat en wanneer je bij de uitgang aan een bidonslurper op zijn stalen ros vraagt wie de wedstrijd gewonnen heeft is de kans groot dat je als antwoord ‘Ricky van Wolfswinkel’ krijgt. Is dat erg? Welnee, natuurlijk niet. We moeten ons pas zorgen gaan maken als ze niet meer weten hoe het paard van Ricky van Wolfswinkel heet.

Copyright Peter Bonder.

Kijk ook op www.twentesport.com.