Kijkduin

PVV’er Alexander van Hattem had het tijdens het debat in de Eerste Kamer aangaande de spreidingswet over ‘copieuze buffetten in luxueuze hotels’ waarvan asielzoekers volop profiteren. Hij verwoordde daarmee het wijd verbreide gevoel dat veel vluchtelingen baden in weelde terwijl de gewone hardwerkende Nederlander er ternauwernood in slaagt om de eindjes aan elkaar te knopen. Eind november ontstond er veel ophef in Kijkduin toen bleek dat in een lokaal hotel tijdelijk honderd migranten zouden worden gehuisvest. Omwonenden liepen te hoop, er circuleerden teksten over ‘die apen willen we niet in onze buurt’ en er was bij wijze van solidariteit een bezoek van Geert Wilders, die naar eigen zeggen een minister-president voor alle Nederlanders wil zijn, maar voor sommige Nederlanders net een beetje meer (en voor veel niet-Nederlanders ook graag een beetje veel minder). Kijkduiner Edwin Rutten, ooit voor veel ouders van diezelfde Nederlanders een populaire televisieheld als die dekselse Ome Willem, werd met pek en veren overgoten toen hij zijn boze buren probeerde te kalmeren: ‘Ik ben blij dat deze mensen niet bij Ter Apel in het gras liggen. Waar wind je je over op? Ik denk dat een vorm van barmhartigheid op zijn plek is.’

Om met eigen ogen en oren te ervaren waarom veel mensen zoveel problemen hebben met de opvang van vluchtelingen in hun achtertuin, huurde journalist Jeroen van Bergeijk namens De Groene Amsterdammer een kamer in Atlantic, zoals de locatie heet. Uit zijn verslag blijkt dat het allemaal nog wel meevalt, te beginnen met die ‘luxueuze hotels’: van de internationale grandeur bij de opening in 1976 is weinig meer over dan vooral veel vergane glorie. En wat die ‘copieuze buffetten’ betreft: het eten is normale Hollandse kost en de tafels staan in de kelder. Vlak voor de verhuizing van de asielzoekers vindt er in de raadszaal van het Haagse gemeentehuis (stadsmotto: Vrede en Recht) een spoeddebat met B&W plaats. Daarbij voert onder andere het Schorum voor Demagogie het woord en de argumenten bestaan voor het grootste deel uit onversneden racisme, huichelachtig verpakt als soufflerend ongemak en bangmakende provocaties, niet vreemd met een erkende beroepshetzer als Gideon van Meijeren in de nabijheid en de vijfde colonne van de flatulerende onderbuik achterlastig in de gordijnen. De Plaag van Den Haag, slameur en malheur, Jacobse & Van Es. Aanvankelijk lijkt het te werken: vrijwilligers die – het is bijna 5 december – de buitenlandse gasten voor Sinterklaas een chocoladeletter willen geven, worden met de dood bedreigd, de inmiddels bekende grootste gemene deler op de kaalgevreten toendra’s van de sociale media en de Pavlov-reactie van grote denkers, bevrijde burgers en onafhankelijke geesten.

Maar als de vluchtelingen eenmaal gevestigd zijn, slaat de stemming om, van ‘We weten niet wie we hebben binnengehaald’ en ‘We hebben toch niet voor niets op Wilders gestemd?’ tot ‘Wat jammer dat dit protest is gekaapt door de grootste schreeuwerds’. Wat blijkt namelijk, en misschien wil iemand dit ook even aan die aardige meneer van de PVV laten lezen? De medewerkers van het hotel ervaren geen enkel probleem met hun gasten. De winkeliers in de buurt merken helemaal niets van de voorspelde overlast. ‘Het gaat hartstikke goed, het zijn gewoon keurige lui.’ Het is geen Ter Apel geworden, integendeel, en bovendien, zo is de algemene indruk: wat zijn nou honderd mensen als je ziet hoeveel er daar in de grootst mogelijke ellende zitten? Woody Louwerens, een van de felste criticasters, een rasechte Hagenees, voorzitter van de lokale ondernemersvereniging en ex-keeper van ADO en Holland Sport, was eerst mordicus tegen, maar nu? Zijn er klachten binnengekomen? ‘Niet een’ is zijn stellige antwoord. ‘We horen ze niet, we zien ze niet.’ Gold dat ook maar voor sommige politici van bepaalde partijen. Het zou dit land zoveel leuker maken.

Copyright Peter Bonder.

Kijk ook op www.twentesport.com.