Grafschennis

Oké, tweeënhalf miljoen Nederlanders hebben in november op de PVV gestemd (wat overigens óók betekent dat ruim acht miljoen kiesgerechtigden dat dus niet hebben gedaan, maar dit uiteraard geheel terzijde). Moeten we daaruit concluderen dat we te maken hebben met tweeënhalf miljoen rechts-extremen? Nee, natuurlijk niet. En al zou dat zo zijn, dan nog was dat het eerlijke resultaat van democratisch verlopen verkiezingen. Het punt is echter dat ons dezer dagen van alle kanten wordt aangeraden om vooral ‘normaal’ te doen, wat ik onder gewone omstandigheden van harte zou onderschrijven, maar in dit speciale geval misschien toch wel wat veel gevraagd vind nu duidelijk is wat we namens de eenmansbeweging van Geert Wilders allemaal op ons afgestuurd krijgen. Neem nou de nummer drie van zijn lijst, Rachel van Meetelen, uitbaatster van kermis- en festivalhoreca, met name poffertjeskramen. Haar ervaring met de Haagse politiek beperkt zich tot de coronatijd waarin ze zich sterk maakte voor betere steunmaatregelen in haar branche, maar misschien onderschatten we haar schromelijk en viert ze binnenkort glorieuze triomfen met haar grandioze winst in de heroïsche strijd om het behoud van paardjes op draaimolens. Dat zou ze dan mooi samen gedaan kunnen hebben met dierenvriend Dion Graus die al sinds 2006 van een onbeperkt verlengd proefverlof geniet in de gesloten inrichting aan het Binnenhof.

Die man móet iets van Geert Wilders weten, anders kan ik me niet voorstellen waarom hij gehandhaafd kan blijven. Serieus gevaarlijk is hij echter niet, en veel hoger dan het niveau van een ritje in de bolderkar met de dorpsgek zal hij niet reiken, maar dat geldt helaas niet voor veel van zijn partijgenoten. Zo moeten we het kennelijk normaal vinden dat Joeri Pool van mening is dat we door onze militaire steun aan Oekraïne ‘Russisch roulette spelen met onze nationale veiligheid.’ Het ontbrak er nog maar aan dat hij Aleksej Navalny een staatsgevaarlijke terrorist noemde. Verder is het blijkbaar normaal dat Maikel Boon verkleed als Tedje van Es de inwoners van Steenbergen feliciteert met het feit dat ze de vestiging van een AZC in hun buurt hebben voorkomen, ‘niet vanwege haat naar asielzoekers, maar vanwege liefde naar uw eigen inwoners.’ Gideon Markuszower doet er nog een genuanceerd tandje bij met de waarschuwing voor ‘bloeddorstige hyena’s’ die onze vrouwen en kinderen komen bedreigen. En Alexander van Hattem heeft het tijdens het debat over de Spreidingswet in de Eerste Kamer over ‘copieuze buffetten in luxueuze hotels’ waarvan vluchtelingen op onze kosten schaamteloos zouden profiteren – een absoluut lulverhaal en het kwalijke is: dat weet hij zelf ook. Het gaat er om dat het gezegd wordt, de waarheid is ondergeschikt aan de boodschap, sterker nog: doet niet ter zake. Het staat allemaal in het handboek van Joseph Goebbels: ‘Vertel een leugen vaak genoeg, luid genoeg, en lang genoeg, en het volk zal je gaan geloven.’

Fleur Agema was duizend procent vóór de afschaffing van het eigen risico, maar trok geagiteerd haar geparfumeerde keutel in toen de SP haar uitnodigde om mee te doen. (‘Wat zijn dit voor agressieve vragen?’) Overigens, zij is getrouwd met niemand ‘minder’ dan Leon de Jong, die immers vooral bekend is vanwege zijn ‘minder, minder, minder’-scandeercorvee. En, oh ja, we hebben in de persoon van Martin Bosma een Kamervoorzitter die de bedenkelijke term ‘kopvoddentaks’ bedacht, de heimwee naar de Apartheid in Zuid-Afrika goed begrijpt en als verklaard cultuurhater het godvergeten lompe lef heeft om elke zitting van zijn ‘nep-parlement’ met een gedicht te openen. Voor zijn PVV-collega’s hoeft hij het niet te doen, die zijn niet verder gekomen dan Dikkertje Dap en dat vonden ze al lastig genoeg, met die giraf. Het is een banale vorm van puberaal pesten, brutale minachting, intellectuele sabotage, mentale terreur, politiek vandalisme met voorbedachten rade en literaire grafschennis waarop zo niet een gevangenisstraf, dan toch zeker een geldboete zou moeten staan. En dan moeten we het normaal vinden dat een integer politicus als Pieter Omtzigt met de sloopkogels van deze kopschoppers een regering gaat vormen? Hoe dan? Beter dan Johnny Ceres jr., huisdichter van De Volkskrant, kan ik het niet omschrijven:

In den beginne
Was hij aangekleed

Als eerst leverde hij zijn
Schoenen en sokken in

Met zijn riem en
nauwsluitende broek

Toen was het de beurt
Aan zijn lelieblanke overhemd

Zijn jasje en zijn dasje
Volgden vanzelf

Wat restte was een onderbroek
Met een ongeloofwaardig spoor.

Copyright Peter Bonder.

Kijk ook op www.twentesport.com.