Dachautje spelen

Dus u dacht dat die bangalijsten van het Utrechtsch Studenten Corps een incident zijn? Dat de stoere kakkertjes de ondervonden bedprestaties van hun dartele hertjes bij wijze van uitzondering openbaar hebben gemaakt? Ach, welnee, het is van alle tijden. En hoeveel schande er ook gesproken wordt over dit liederlijke vertoon van macho machtswellust, de geschiedenis leert dat het wel eens erger is geweest. Zo wordt in 1962 de nieuwe lichting van het Amsterdam Studenten Corps voor hun ontgroening met tweehonderd man op een ijskoude zolder aan de Sarphatistraat gepropt, kaalgeschoren en ontbloot, met in hun midden een biggetje dat is volgestopt met laxeermiddelen. Terwijl ze verkleumen roept een ouderejaars ‘En nu gaan we Dachautje spelen’. (Even voor uw beeldvorming, indien noodzakelijk: Dachau was het eerste grote concentratiekamp van de SS in Nazi-Duitsland. Tussen 1933 en 1945 zijn hier ruim 200.000 gevangenen onderworpen aan dwangarbeid, van wie meer dan 40.000 stierven door honger en uitputting.) Wanneer een joodse student, die beide ouders in Dachau heeft verloren, tegen dit voorstel protesteert moet hij als ‘vuile rotjood’ zijn mond houden. Verschillende studenten vallen flauw vanwege zuurstoftekort.

Zij overleven het, wat niet gezegd kan worden van een 20-jarige jonkheer die in 1965 bij een ontgroening van de Utrechtse studentenclub Tres Faciunt Collegium (Tres) stikt in een met roet gevulde kap, waarna een 19-jarige baron bijna hetzelfde is overkomen. En zo zijn er veel meer excessen bekend, die vaak in de veilige anonimiteit van de conspiratieve doofpot verzeild zijn geraakt, waarbij de beerput is gedempt met glasharde ontkenningen, fiscaal aftrekbare schikkingen en valse verontschuldigingen. Het is allemaal vergelijkbaar met twee recente zaken waarbij de elite met succes buiten schot probeert te blijven. De 27-jarige Carlo Heuvelman is op 13 juni 2021 nauwelijks een paar uur begonnen aan zijn vakantie op Mallorca als hij wordt doodgeschopt door een negenkoppige vriendengroep uit Hilversum. Door elkaar te dekken, niemand de schuld te geven en terug te vallen op het toganetwerk van hun blufpapa’s ontspringen ze de dans en kunnen ze verder met hun miezerige luizenleven, verlost van een lastig dossier. Ook bij onze zuiderburen is het raak: de 20-jarige Sanda Dia, migrantenzoon van Senegalese afkomst, mag in 2022 lid worden van Reuzegom, een chique studentenclub exclusief voor kinderen van rechters, dokters, bankiers en ander goed volk, maar hij krijgt daarvoor wel een speciale behandeling. Hij wordt gruwelijk mishandeld, moet urenlang in een put met ijskoud water zitten, liters visolie en alcohol drinken en een levende vis doorslikken. Hij raakt zwaar onderkoeld en sterft na een vreselijke doodsstrijd van twee dagen in het ziekenhuis. De schuldigen gaan, u raadt het al, vrijuit: klassejustitie bestaat, ook in België.

Er wordt voor de vorm een sanctie opgelegd: de bangabokito’s mogen niet mee naar de wintersport. Poe, dat zal ze leren – zeker als je van huis uit gewend bent dat de après ski net zo normaal is als de thé dansant op de hockeyclub. Vervolgens wordt de bekende duck & cover-tactiek toegepast: stil blijven zitten, hopen dat het overwaait en wachten tot de volgende drek opborrelt. Dan begint het hele circus van geveinsde verontwaardiging, verhulde intimidatie en impotent gelul weer van af aan. Intussen zou je denken dat na zulke voorvallen niemand meer bij het corps wil horen. Niets is minder waar: het gekke is juist dat na elk incident de aanmeldingsformulieren niet aan te slepen zijn. Het is het bekende ja-maar-gezwets van lessen voor later, we zijn toch allemaal jong geweest en vrienden voor het leven. Ze zitten overal, de hufters van toen die het nu voor het zeggen hebben in ‘het circuit’ van overheid, politiek, ambtenarij, sport, cultuur, magistratuur en bedrijsleven. Ze vegeteren bovenop de apenrots en zijn onder te verdelen in de Bokito (Ferdinand Grapperhaus), de Bonobo (Ard van der Steur) en de Baviaan (Wopke Hoekstra) met als onderscheidende kenmerken baliebluf, maatpakkak en zeepbellucht. Jiskefet was geweldig, en Michiel Romeyn gaat nooit vervelen (zie onder), maar de echte Lullo’s zijn verschrikkelijk. Het punt is alleen: we komen nooit meer van ze af.

https://www.youtube.com/watch?v=o03xFZw8DoU

Copyright Peter Bonder.

Kijk ook op www.twentesport.com.