Leefbaarometer

Ze zeggen wel eens dat je de stand van de beschaving in een land kunt afmeten aan de manier waarop de overheid met haar burgers omgaat. Als dat inderdaad een betrouwbare graadmeter is die we serieus moeten nemen, dan wacht ons op niet al te lange termijn een reddeloze ondergang van bijbelse verdoemenis en apocalyptische proporties. We staan aan de vooravond van een orwelliaanse zondvloed waarbij de moderne mythologie geen vorm van ontsnapping biedt en de hedendaagse Ark van Noach schipbreuk lijdt in een kolkende zee van onrustbarende driften. Annie M.G. Schmidt schreef het al in 1971, en haar woorden krijgen opnieuw profetische waarde: Vluchten kan niet meer. Wat is er aan de hand? Vorige week las ik in De Groene Amsterdammer, toch geen lullig schoolkrantje laat staan jolig clubblaadje, over het bestaan van de Leefbaarometer. Jawel, u leest het goed, er mankeert niets aan uw ogen: de Leefbaarometer. Dat is de officiële benaming van een periodiek onderzoek dat het Ministerie van Binnenlandse Zaken sinds 2008 elke twee jaar laat uitvoeren naar, nee, u verwacht het niet, de leefbaarheid van het land in onze buurten en wijken.

De ijzingwekkende details van deze bureaupathische klerkenquatsch zal ik u verder besparen, maar laten we eens proberen te reconstrueren hoe zo’n monsterlijk politburomodel tot stand komt. Het moet zo’n landerige maandagochtend zijn geweest op een kantoor waar het systeemplafond, de designradiator en het visgraatparket de meest opwindende omgevingsfactoren zijn. Jongens, we moeten iets verzinnen, de minister wil weer eens wat nieuws, maakt niet uit wat, als het maar wat lijkt. En zo kwam het er na een paar uur driftig brainstormen spontaan uit: de Leefbaarometer. Een overijverige ambtenaar probeerde nog te protesteren: Maar dat moet toch niet met twee a’s? Die werd twee jaar later weggepromoveerd tot minister-president en onder diens bezielende leiding is het maatschappelijke klimaat in Nederland verworden tot een giftige cocktail van afgunst, aantijging en achterdocht. En onze populisten, vermomd als politici, doen hieraan dapper mee, sterker nog: nemen het voortouw om de leefbaarheid te tarten en te testen. Zo twitterde het discalcule maizenavrouwtje van de formatie over de protesten in Amsterdam: ‘Schoonvegen die bende en oppakken dat tuig’ waar ze een paar maanden geleden nog het volste begrip had kunnen opbrengen voor haar opgefokte achterban van woedende agrariërs die het land obstipeerden met hun gemotoriseerde voorvorken en bij bermen, rotondes en taluds brandstapels oprichtten met levensgevaarlijke troep als asbest en rubber.

Selectieve verontwaardiging doet het goed in de peilingen. Dat weet ook de winnaar van de verkiezingen die een hem onwelgevallige staatssecretaris een ‘eng mannetje’ noemt waarop diens nuffige barbiepop niets anders weet te verzinnen dan ‘Ik zou het niet retweeten’. En terwijl de Universiteit van Amsterdam het toneel is van antisemitische stadsterreur door gesluierde Arafat-lookalikes die een verslaggever van GeenStijl uitmaken voor ‘kankernazi’ laat links het lelijk afweten op de schaal van veroordeling, kritiek en commentaar, daarbij niet gehinderd door ‘de media’ met uitzondering van De Telegraaf. Dat is overigens niets nieuws, maar van alle tijden, maakt u zich daarover vooral geen enkele illusie. Toen ik in 1972 als argeloos gymnasiastje van het R.K. Jacobus College terug kwam van een Open Dag op de School voor de Journalistiek in Utrecht, wist ik meer over het tirannieke schrikbewind in Nicaragua van de corrupte dictatorsfamilie Somoza dat door de socialistische guerilla van de Sandinisten omver was geworpen dan over het redigeren van een persbericht over de opening van een nieuwe speeltuin. Terwijl we allemaal maar al te goed weten hoe weldadig, bevorderlijk en therapeutisch verantwoord de simpele aanwezigheid van zo’n Eurovisieblauwe wipkip kan zijn voor de collectieve leefbaarheid van onze totale omgeving. Een welkome bron van troost, liefde en geborgenheid, geen overbodige luxe in deze verwarrende tijden.

Blauwe kip

Copyright Peter Bonder.

Kijk ook op www.twentesport.com.