Misbaar

ABN AMRO gaat fors snijden in het personeelsbestand: maar liefst 5.200 mensen verliezen hun baan, ruim een kwart van het totaal aantal medewerkers. Goh, zult u nu misschien denken, dan zal het wel niet zo goed gaan daar? Nou, dat valt nog wel mee: De Bank noteert al jaren miljardenwinsten en schreef alleen al in het derde kwartaal van dit jaar zwarte cijfers van 617 miljoen euro. Dat kan het dus niet zijn. Wat de oorzaak dan wel is, dat meldt het begeleidende persbericht waarin te lezen valt dat de ontslagronde ‘deel uit maakt van een strategie waarmee ABN Amro zijn positie in Europa wil verstevigen en een top 5-speler wil worden op het gebied van private banking’. Alleen al het parmantige gebruik van het woord ‘speler’ zegt genoeg over de doortrapte intenties van de agressieve bankrovers: private banking is een pleasure toy voor de happy few van de welgestelden die met hun kapitalistische roofprooi welkom zijn in het chique casino van de AEX terwijl de arme sloebers hun zuur verdiende knaken mogen dumpen in de gokkast van de kwalitaria waar het ‘rien ne va plus’ inderdaad zoveel betekent als ‘het geld is niet meer van u’. Het is dan ook geen toeval dat de bijnaam ‘eenarmige bandiet’ uit de automatenbranche eveneens van toepassing is op de voormalige ABN AMRO-topman Rijkman Groenink die bij een jachtongeluk met zijn geweer een deel van zijn rechterarm aan flarden schoot. Even afgezien van het feit dat deze fysieke handicap hem op zijn geliefde golfbaan weliswaar parten speelde: des te opmerkelijker dat hij zich desondanks ook met één arm wist te ontwikkelen tot veruit de grootste graaier van het hele peloton. Het lijfelijke ongemak weerhield hem er evenmin van om met keiharde saneringen, meedogenloos winstbejag en asociale machinaties de belangen van de bank in het algemeen en die van de aandeelhouders in het bijzonder maximaal te behartigen. De megalomane bewondering bij de beoogde doelgroep nam eind 2005 zelfs dermate groteske vormen aan dat het weekblad Elsevier, het kritiekloze magazine van zijn idolate fanclub, hem als ‘Nederlander van het Jaar’ op de cover van het kerstnummer zette. Naar verluidt heeft een veelkoppig team van geroutineerde fotoretoucheurs er toen nog een flinke klus aan gehad om de uit de ‘kluit’ gewassen piek ter hoogte van het klokkenspel ten gevolge van ’s mans harde plasser tot aanvaardbare proporties terug te brengen. De grafische ingreep was tevens een voorteken van het naderende einde: na een lange reeks van mislukte overnames, foutieve inschattingen en een bijna-faillissement vanwege de kredietcrisis werd de complete boedel overgenomen door de Nederlandse staat (van uw en mijn centen dus) die niet alleen 16,8 miljard euro aftikte, maar ook nog eens de voornaam van de topman alle twijfelachtige eer aandeed met een oprotbonus van 26 miljoen euro. Later zou de arrogante kakker beweren dat hij dat enorme bedrag ‘met een zekere mate van woestheid in ontvangst had moeten nemen’. Hij had die poen met eenzelfde mate van woestheid ook kunnen weigeren, maar dat idee was kennelijk niet tot zijn botte harses doorgedrongen. Het tekent de lompe botheid van deze ijskoude geldwolf die in september 2000 – hij was net drie weken bij de bank – een paar duizend werknemers per brief ontsloeg met de mededeling dat ze ‘misbaar’ waren. Er zijn nu nog mensen die daar nooit meer overheen zijn gekomen. Daar heeft Rijkman Groenink, man zonder scrupules, geen last van – constateer ik met een onmisbare mate van woestheid.


Copyright Peter Bonder.