De Vrek

Joop van den Ende staat sinds de verkoop van zijn amusementsfabrieken Endemol en Stage Entertainment met een vermogen van 1,6 miljard euro hoog in de Quote 500. Dat is een knappe prestatie voor een makelaar in vertier, vermaak en verpozing die ooit begon als kinderclown Tako en daarna tussen de schuifdeuren van anonieme parochiezaaltjes, duistere jeugdhonken en tochtige wijkcentra optrad als conferencier met intermezzo’s van toptalenten als cowboytrio The Oklahoma’s, zangduo The Jamaicans, dansorkest The Rhythm Jiggers, popgroep Mokum Beat Five en goochelaar Tony Wilson. Tussen de bedrijven door handelde hij in fopneuzen, scheetkussens, nepdrollen en andere schertsartikelen, maar hij kreeg pas echt de lachers op zijn hand met de tv-producties De Avonturen Van Bassie & Adriaan, gevolgd door (wegens succes geprolongeerd) De Nieuwe Avonturen Van Bassie & Adriaan voor de publieke omroepen in Nederland (TROS) en België (BRT). Hierna was het een logische stap naar de filmklassieker Ik Ben Joep Meloen met een komisch bedoelde hoofdrol voor André van Duin als simpele pianostemmer die zichzelf terugvindt op het podium van het Concertgebouw in Amsterdam, een scène die aan huur en uitlichting van het gebouw, achthonderd figuranten en een compleet orkest honderdduizend gulden kost. Het zijn bedragen die in het niet vallen bij de gigantische sommen die in zijn latere carrière als ‘mediamagnaat in televisie en musicals’ (Wikipedia) aan zijn strijkstok blijven hangen. Mede daardoor begint hij zichzelf steeds serieuzer te nemen, niet alleen als de onversaagde hoeder van het populaire divertissement ter verheffing van het nationale gemoed, maar ook als prominent voorloper in de heroïsche kruistocht tegen het culturele verval van Nederland – terwijl hij toch de man was die eind jaren tachtig samen met zijn creatieve kijkcijfercompagnon John de Mol aan de wieg stond van TV10 als de introductie van de commerciële kijkbuisterreur die ons land aan de gapende afgrond van een dreigend ravijn bracht. Dat weerhoudt hem er dus niet van om regelmatig aan de bel te trekken, zoals met paginagrote advertenties in de landelijke dagbladen en afgelopen zaterdag een interview met het Volkskrant Magazine waarin hij de PVV ‘een gezwel’ noemt. Daar kwam veel kritiek op wat me zwaar overdreven lijkt, mede gelet op de kwalificaties uit de mond van Geert Wilders aangaande de islam (‘abject en fascistisch’), de Koran (‘het islamitische Mein Kampf’), asielzoekers (‘uitschot, geteisem, vuilnis’), de Tweede Kamer (‘een nep-parlement’), rechters (‘D66’) en journalisten (‘tuig van de richel’). Nee, wat mij in het verhaal pas echt stoorde was het bedrag dat hij als deel van zijn vermogen weggeeft, ongetwijfeld fiscaal royaal aftrekbaar, aan kunst en cultuur. Hij moet het vragen aan zijn woordvoerder, een ex-hoofdredacteur van Het Parool die dienst doet als His Masters’ Voice: het is 6,8 miljoen euro per jaar. Oké, nog geen zeven miljoen per jaar, uit een vermogen van 1,6 miljard. Daar zou ik niet zoveel theater over maken als ik hem was. Binnenkort op de planken: De Vrek, een autobiografische musical naar het toneelstuk L’ Avare van Molière. Gaat dat zien!


Copyright Peter Bonder.