Graaicultuur

In een vorig leven lukte het Mark Rutte nog wel eens om niet te liegen of te slijmen. Zo haalde hij in 2015 als minister-president keihard uit naar bankiers die zichzelf enorme bonussen of extreme salarisverhogingen toekenden. Op het congres van zijn partij verslikten de leden zich bijna in hun bier, bitterballen en borrelnoten toen ze hun eigen Pinokkio het volgende hoorden zeggen: ‘Ik begrijp werkelijk niet dat er bankiers zijn die zeggen dat ze in het buitenland zoveel meer kunnen verdienen. Dan denk ik: Toedeledoki, ga dan, en zoek die bank in Londen. Maar ik zie het nooit gebeuren’. Zijn speech ging vooral over waarden en normen in het kader van bestuurlijke integriteit. Weliswaar was en is dat nog steeds een heikel thema waar het zijn eigen VVD aangaat, maar hij had een punt toen hij zei dat banken met belastinggeld onderhouden en in geval van nood ook met onze zuur verdiende centen gered worden en dat er in plaats van perverse prikkels terughoudendheid en bescheidenheid gevraagd werden. En de eerlijkheid gebiedt te erkennen dat hij, afgezien van een onverbeterlijke neiging tot een hoge mate van onbetrouwbare vergeetachtigheid, qua declaratiegedrag altijd het goede voorbeeld gegeven heeft. Maar intussen zijn we ruim tien jaar verder en is het onderwerp ‘bonusplafond’ ineens weer actueel. CDA, D66 en VVD, de drie partijen die een minderheidskabinet willen vormen, zijn bezweken voor de lobby van de bankcowboys voor de come back van de ouderwetse graaicultuur – succesvol gestopt door Jeroen van Dijsselbloem die tussen 2012 en 2017 namens de PvdA over ’s lands financiën ging. Het sleetse argument van het ‘exit-alibi’ (‘Anders gaan ze naar het buitenland’) is afgestoft en de rechtse partijen JA21, FvD en BBB vinden dat een goed idee. Van de VVD was deze ommezwaai te verwachten, met Dilan Yesilgöz als de bling-bling-hostess op de bok van de ping-ping-expres, maar waarom Rob Jetten en Henri Bontenbal haar op dit heilloze spoor volgen is een raadsel. Het lijkt erop alsof ze het stuitende gedrag van een jengelende kleuter in de supermarkt belonen die steeds krijsender begint te stampvoeten naarmate de kassa dichterbij komt. De banken zijn weer terug bij hun schaamteloze dikkevingertheater, niet alleen in Nederland overigens: zie ook Christine Lagarde van de Europese Centrale Bank die volgens het jaarverslag voor ruim vierenhalve ton op de loonlijst staat, maar in werkelijkheid een dikke zeven ton binnenharkt. Waarmee ze trouwens in het bedrijfsleven niet bij de Champions League hoort, integendeel: de Braziliaan Rafael Oliveira, opgegroeid in de favela’s van Rio de Janeiro, verdient als CEO van Douwe Egberts vijfenzestig miljoen euro met de verkoop van het koffie- en theebedrijf aan het Amerikaanse Dr. Pepper. Vijfenzestig miljoen euro. Hij heeft er nog geen anderhalf jaar gewerkt en dan zo cashen: dat zijn Ronaldo-achtige bedragen. Tja, en dan vinden we het gek dat onze koffie en thee steeds duurder worden. Onze moeders verzamelden de punten van Douwe Egberts, wij betalen de prijs voor hun zuinigheid, spaarzin en onschuld:

Spaarverhaal van Coby

Copyright Peter Bonder.