Iran

Mohammad Mossadeq (1882-1967) was een Iraanse aristocraat en een telg van een eeuwenoude koninklijke dynastie. Hij studeerde rechten, filosofie en economie in Frankrijk en Zwitserland, was hoogleraar aan de Universiteit van Teheran en publiceerde verschillende politieke boeken voordat hij in 1951 president van zijn land werd. Hij bestuurde de natie op fatsoenlijke, tolerante en democratische wijze, voerde tal van progressieve, maatschappelijke en politieke hervormingen door en was populair bij de bevolking. Het ging mis toen hij een poging deed de olie-industrie te nationaliseren en daarmee de Amerikanen en de Engelsen tegen zich in het harnas joeg. In 1953 kwam er een gewelddadig einde aan de binnenlandse vrede in Iran toen de geheime diensten van beide grootmachten (CIA en MI6) hem in een staatsgreep afzetten en vervingen door Sjah Mohammad Reza Pahlevi. Deze autocratische tiran voerde een nietsontziend schrikbewind waarbij hij ondersteund door de gevreesde knokploegen van de Savak, getraind door de CIA, tienduizenden onschuldige burgers liet opsluiten, martelen en vermoorden. Omdat hij deals sloot met het westen omtrent olie, vliegtuigen en wapens kon hij decennia lang ongestoord zijn gang gaan, totdat hij in 1971 zijn hand overspeelde met de organisatie van een decadente feestpartij om het 2.500-jarig bestaan van het Perzische Rijk te vieren. Hij nodigde hiervoor zeshonderd gasten uit, onder wie de heer B. van Lippe-Biesterfeldt en alle andere Europese vorsten, die hij onthaalde met luxe catering (achttien ton voedsel uit de keuken van het Parijse toprestaurant Maxim’s) en vierduizend flessen exquise wijn. Speciaal hiervoor liet hij in het afgelegen Persepolis een complete tentenstad bouwen en voor het vervoer van de gasten die in Teheran logeerden een zeshonderd kilometer lange snelweg aanleggen. Het ‘duurste feest ooit’ kostte tientallen miljoenen terwijl het grootste deel van de bevolking leed aan armoe, honger en ellende.

Het was voor de Sjah het begin van het einde en in 1979 namen de ayatollahs van de Iraanse Revolutie de macht over waarmee het ooit zo trotse volk opnieuw een langdurige periode van vernedering, ontbering en mishandeling te wachten stond. Amnesty International heeft het over een van de wreedste regimes in de geschiedenis van de mensheid die in naam van Allah meedogenloos optreedt. De teller van de actuele opstand staat al op vele duizenden doden, en er zullen er nog vele volgen. En nu meldt zich als de nieuwe leider Reza Pahlavi, de 65-jarige nietsnut-zoon van de Sjah die in 1980 overleed en zijn weduwe Farah Diba die haar tijd verbeidt tussen de jet-set van Washington, New York, Parijs en Cairo. Junior teert op de erfenis van het fortuin dat zijn ouders op hun vlucht uit Teheran mee smokkelden en hij kan rekenen op de steun van Israël en Amerika, de twee erfvijanden van de ayatollahs. Deze slappeling zal zijn land niet helpen, hooguit zijn eigen portemonnee en die van het westerse kapitalisme. Hoe het ook zij, de dagen van Ali Hosseini Khamenei zijn geteld, aldus de Leidse rechtsgeleerde en hoogleraar Afshin Elian (Teheran, 1966) die in 1989 als politiek vluchteling naar Nederland kwam, in HP/de Tijd (hele artikel hier): ‘Hij en zijn vrienden verdienen een proces zoals de nazi’s na de Tweede Wereldoorlog in Neurenberg. En dat niet alleen voor hun misdaden in Iran, maar ook in Irak en Syrië. Khamenei is na Saddam Hoessein de vreselijkste tiran van het Midden-Oosten. Hij verdient een flinke straf. Maar de kans is groot dat hij in eigen land wordt vermoord. Door Amerikaanse raketten of door het eigen leger’.


Copyright Peter Bonder.