Oorlogspropaganda

Vladyslav Heraskevytsj is een Oekraïense skeletonner die aan de Olympische Winterspelen wilde meedoen met een helm vol foto’s van landgenoten die tijdens de Russische invasie zijn vermoord. Vanwege dit voornemen is hij door het IOC geschorst van deelname, net als twee andere Oekraïense atleten die een soortgelijke boodschap op hun kleding wilden dragen. Freestyleskister Kateryna Kotsar mocht niet meedoen met de tekst ‘Wees dapper zoals Oekraïners’ terwijl de regel ‘Waar heldendom is kan geen definitieve nederlaag zijn’ voor shorttracker Oleh Handej einde oefening betekende omdat hij daarmee volgens het IOC aan ‘oorlogspropaganda’ deed. Oorlogspropaganda? Wacht even. Dus je bent als organiserende instantie zo godvergeten hypocriet dat je wel dertien Russische sporters laat meedoen onder de dubieuze dekmantel van een neutrale vlag, maar je schorst drie van hun collega’s die protesteren – niet eens tegen hun bedenkelijke deelname, maar tegen een waanzinnige oorlog die door een bloeddorstige dictator ontketend wordt en ontelbaar veel slachtoffers maakt? Ja, dan is het dus toch waar dat oorlogspropaganda de core business van het IOC is en dat atleten zich daaraan niet schuldig mogen maken. Het monopolie ligt bij het Internationaal Olympisch Comité dat sinds de aanstelling van de brave Belg Jacques Rogge in 2001 weliswaar fatsoenlijke bestuurders heeft, maar daarvoor een treurige traditie kende van schurken, hufters en proleten op het pluche van de voorzittersstoel. Juan Antonio Samaranch (1920-2010), een Spaanse nep-markies die zich bij voorkeur met ‘excellentie’ liet aanspreken, was een enthousiast aanhanger van generaal Francisco Franco die zijn land tussen 1939 en 1975 in een ijzeren greep van onderdrukking, terreur en repressie hield. Zijn voorganger Avery Brundage (1887-1975) was de man die in 1972 met de woorden ‘The games must go on’ letterlijk over de lijken ging van de elf Israëlische sporters en officials die in München door Palestijnse terroristen waren vermoord. In 1936 prees hij als voorzitter van het Amerikaans Olympisch Comité het regime van Adolf Hitler dat toen de beruchte Spelen van Berlijn organiseerde en er één grote Nazi-parade van maakte, met de vier gouden medailles van de donkere sprinter/verspringer Jesse Owens als storende dissonanten. Intussen zijn we in onze moderne beschaving kennelijk zover gevorderd dat die monumentale schandvlek wel weer weggepoetst en commercieel witgewassen kan worden. De farizeïsche sjacheraars van het IOC doen in hun webshop goede zaken met de verkoop van T-shirts waarop het affiche van Berlijn 1936 is afgedrukt. Het souvenir is zelfs zo populair dat de voorraad uitverkocht is wat met de bedreigende opkomst van de extreem-rechtse ‘Heim ins Reich’-AfD misschien niet eens zo verwonderlijk is. Hoe het ook zij, over de opvattingen van het IOC inzake oorlogspropaganda hoeven we ons geen enkele illusie te maken. Nu niet en toen niet: als Jesse Owens zich in 1936 kritisch had uitgelaten over Adolf Hitler was hij geschorst door het IOC en hadden we nooit meer iets van hem gehoord.


Copyright Peter Bonder.