Douchemuntjes

Op 17 maart vielen bij een Pakistaanse luchtaanval op een afkickkliniek in de Afghaanse hoofdstad Kabul meer dan vierhonderd doden. Het aantal gewonden is niet te tellen, maar de hulporganisatie Norwegian Refugee Council houdt rekening met enorme aantallen en zeer ernstige verbrandingen. Volgens getuigen ontploften er drie bommen en was het alsof de wereld verging waarbij veel slachtoffers levend zijn verbrand in een ‘apocalyps’ die vergelijkbaar was met de hel op aarde. Er waren te weinig hulpverleners, artsen verklaarden collega’s te hebben gezien die van de ene naar de andere muur werden geslingerd en een ambulancechauffeur had naar eigen zeggen in vijf uur tijd acht lichamen naar drie verschillende ziekenhuizen vervoerd. Op dit moment liggen er nog altijd mensen onder het puin. We hebben het hier, kortom, over een humanitaire ramp van ongekende omvang in een land dat een lange geschiedenis heeft met de oogst van papaver voor de productie en export van opium en heroïne. Omdat drugsgebruik volgens de Taliban niet past binnen de strenge godsdienstwetten van de islam moeten verslaafden onder dwang en mensonterende omstandigheden afkicken waar deze explosie dus nog eens overheen kwam – totdat het na de klap oorverdovend stil bleef. Als een vergelijkbaar ongeluk in een deel van onze zogenaamde beschaving zou hebben plaats gevonden (Israël, Amerika) dan was de wereld te klein geweest, de woede unaniem en de solidariteit enorm. Politici vooral van rechterzijde hadden zich verontwaardigd uitgelaten in hun gebruikelijke bralkabaal van luidruchtige uitroeptekens, met Leon de Winter van De Telegraaf als hun kroongetuige dat dit aantoonbaar nepnieuws was en de schuld van Hamas. Niets daarvan is hier het geval: er heerst nog net geen stemming van ‘Zo, weer vierhonderd Afghanen minder’ maar echt heel veel scheelt het ook weer niet.

Dat het lot van de Afghanen, dood dan wel levend, ons niets kan verrekken blijkt ook uit de vierdelige documentaire ‘Holland Gate – De vlucht uit Kabul’ van KRO-NCRV. Daarin wordt teruggeblikt op de chaos die ontstond toen de Taliban vijf jaar geleden de macht in Afghanistan overnamen en duizenden wanhopige inwoners het land probeerden te ontvluchten. We kennen allemaal de gruwelijke beelden nog van burgers die zich tevergeefs aan vleugels van opstijgende vliegtuigen probeerden vast te klampen. Onder hen bevonden zich ook mensen (tolken, schoonmakers, koks, beveiligers) die Nederland met gevaar voor eigen leven hadden geholpen en nu het er op aan kwam hopeloos in de steek werden gelaten, vooral omdat de verantwoordelijke minister op schandelijke wijze verzaakte. Ank Bijleveld van defensie zat op het moment suprême in de bioscoop te kijken naar de film Slag om de Schelde waarna ze godbetert niets anders wist te verzinnen dan de obligate dood(!)doener: ‘Het maakt ons bewust van de prijs die is betaald voor onze vrijheid’. De vrijheid van de Afghanen kon haar kennelijk gestolen worden, maar de Oscar in de popcorncompetitie ging toch wel naar JA21-viewmaster Joost Eerdmans, schutspatroon van Sint Juttemis annex Lazarus der Laffe Landen, die zich serieus afvroeg of we ons echt druk moesten maken om iedereen ‘die voor ons een eitje gebakken had’. Intussen zijn we dus alweer vijf jaar verder en gaat de discussie over een onhandige opmerking van een nieuwe minister inzake het gebruik van douchemuntjes in Afghanistan. De lijkenlucht op rechts is zo langzamerhand niet meer te harden.


Copyright Peter Bonder.