Ali Bah

Eigenlijk had ik me nogal plechtig voorgenomen om met geen letter aandacht te besteden aan het proces tegen Ali B inzake de drie verkrachtingen waarvan hij verdacht wordt. De kwestie rond de Marokkaans-Nederlandse ‘rapper, cabaretier, stand-up-comedian en tv-presentator’ zoals hij uitgebreid op Wikipedia omschreven staat, was volgens mij een zaak tussen volwassen mensen die dit achter gesloten deuren hadden kunnen en eigenlijk ook hadden moeten oplossen. In plaats daarvan zagen we met veel kabaal, ophef en tamtam een enorm circus langskomen waarin ontelbaar veel advocaten elkaar aan de tafels van de talkshows in juridische gehaaidheid probeerden af te troeven dan wel te overtoepen. Zelfs voor de geoefende volgers was er regelmatig geen touw aan vast te knopen waarbij ik nog eens extra in het nadeel was vanwege mijn gebrekkige basiskennis van de showbiz en de daar heersende mores van het menselijk lichaam als bewegend matras. Er ging, kortom, een wereld langs me heen en dat werd er met de openlijke uitwisseling van delicate interacties in deze onfrisse zedenzaak niet beter op. De meest intieme details werden in een ongezonde setting zonder ook maar enige vorm van plaatsvervangende schaamte met ons gedeeld alsof het om zweetvoeten, schimmelnagels of jeugdpuistjes ging. Als ik me tot een enkel voorbeeld mag beperken dan neem ik u mee naar Pauw & De Wit van maandagavond. Een topzwaar volbehangen viersterrengeneraal die was ingevlogen om over de oorlog in Iran te praten (hoezo prioriteiten?) zat er zeker een half uur zichtbaar ongemakkelijk bij waarna presentator Jeroen Pauw ook nog eens herhaaldelijk het woord ‘pijpen’ in de mond nam – alleen het woord hè? – en vervolgens met geroutineerde expressie meldde dat de verdachte zich aantoonbaar schuldig had gemaakt aan ‘binnen komen zonder kloppen’. Maar intussen ben ik toch alweer een paar duizend leestekens verder terwijl ik dit stukje nog wel zo hoopvol begon met mijn plan om er geen woord aan vuil te maken. De reden waarom ik dat dus toch doe is de volgende: Ali B begon de laatste zittingsdag hardop snikkend met het verhaal hoe zijn zoontje toevallig uitgerekend net die ochtend op school van klasgenootjes had gehoord dat zijn papa naar de gevangenis moet. ‘Daarom vecht ik met alles wat ik heb om mijn onschuld te bewijzen. Ik heb nooit iemand gedwongen, nooit tegen iemands wil gehandeld, nooit iets gedaan zonder toestemming’. Wanneer je zo’n doortrapte viezerik bent om je kind in de strijd te werpen terwijl je toegeeft (‘Ik heb nooit iemand gedwongen’) dat je je gezin op het spel hebt gezet dan ben je als vader geen knip voor je neus waard. Sterker nog: dan ben je pas echt een weerzinwekkende goorlap. En dat is meteen ook mijn laatste woord over deze Ali Bah Bah.


Copyright Peter Bonder.