De Wonderwielenaar
Dat De Volkskrant een rooms-katholieke oorsprong heeft is me als van ouds vrijwel letterlijk met de paplepel ingegoten. Als kind van het Mariajaar 1954 zag ik tegelijk het levenslicht met de verschijning van de pauselijke encycliek Ad Caeli Reginam, oftewel ‘Tot de Koningin des Hemels’. De hoeveelheid papier die dagelijks op de deurmat viel van ons ouderlijk huis rook, behalve naar inkt, vooral naar wijwater, wierook en waskaarsen. Naar verluidt heeft men God horen brommen toen zijn favoriete lettermonnik Godfried Bomans in 1968 na een ruzie met de hoofdredactie zijn plek op de voorpagina moest afstaan. Een jaar later maakte Frans van Schoonderwalt zijn entree en dat was het startschot voor een traditie van hoogwaardig vakmanschap in de verslaggeving van de wielersport. Deze werd geheel volgens de sacrale regels van de paapse folklore gevolgd als een religieuze uiting van bovenmenselijke inspanning, met valpartijen op de kruisweg, bidons vol troost, waaiers van afzien en rituelen voor aflossing. Een sportieve hoogmis op het tabernakel van treurnis, triomf en transpiratie in een kathedraal met gele truien onder de tabberds. Frans van Schoonderwalt: alleen de Paus kon mooier schrijven, maar dat was in het Latijn en Vergilius kon een aardig potje dichten, maar geen rondje fietsen, laat staan de Rondes van Frankrijk, Spanje en Italië, de Tour, de Vuelta en de Giro. De Volkskrant bracht ze bij me thuis en ik bleef lezen tot de bezemwagen achter de bus werd geparkeerd. Later kwamen Bert Wagendorp, Rob Gollin, Bart Jungmann en Iwan Tol het peloton versterken, een topploeg om van te watertanden. Een van hun opvolgers is Erik van Lakerveld, zelf ooit een verdienstelijk tijdrijder, historicus, sociaal geograaf en auteur van het boek De Wonderwielenaar. Vorige week woensdag schreef hij een prachtig artikel over het nieuwste Franse toptalent Paul Seixas, algemeen beschouwd als de opvolger van Bernard Hinault. Toen ik ’s middags Eurosport aanzette voor de slotkilometers van de Waalse Pijl zag ik ‘m op de Muur van Hoei naar de overwinning demarreren alsof er een engel meetrapte. In de krant van zaterdag tipte Bert Wagendorp hem in een prachtige column getiteld ‘Wunderkind’ voor Luik-Bastenaken-Luik. Hij werd tweede, binnen een minuut achter Tadej Pogajar, en toen wist ik het zeker: dat boek gaat mee in de vakantiekoffer. Van harte aanbevolen!

Copyright Peter Bonder.