IJdelheid
Over de doden niets dan goeds. Waarom eigenlijk? Laat ik maar bij mezelf beginnen: als ik ooit doodga, en de kans daarop is aanwezig, kan ik me niet voorstellen dat ze dan alleen maar goede dingen over me schrijven. Er zal vast wel iets te vinden zijn dat minder mooi was. Nou ja, het voordeel is dan dat ik het zelf niet meer hoef te lezen. En dat geldt ook voor Sonja Barend die deze week naar goed vaderlands gebruik bijkans heilig wordt verklaard nadat ze op 86-jarige leeftijd is overleden. Wat daarbij wel opvallend is: we hebben nog nergens kunnen lezen dat Frits Barend (in de vijfde graad familie van) haar vlak voor haar dood nog gesproken heeft zoals zijn vaste ritueel is bij het heengaan van BN’ers die er toe doen op de schaal van ijdelheid inzake zijn opgeblazen ego. Die holle hoogmoed is overigens niet alleen zijn makke: heel de mediawereld leeft er van, ook ter linkerzijde (zie Oudkerk, Rob en Plasterk, Ronald). Zo mochten we het meemaken dat Sven Kockelmann afgelopen maandag om vijf voor tien rechtstreeks op de radio zogenaamd niet kon of mocht zeggen wie hij om half twaalf in de uitzending had – alsof het een exclusieve kwestie van een absoluut staatsgeheim betrof. Om vervolgens voor de zoveelste keer te bewijzen dat hij zichzelf als presentator belangrijker vindt en liever hoort dan de gast – wat in dit bijzondere geval geen onplezierige laat staan nadelige bijkomstigheid bleek omdat het daarbij om Dilan Yesilgöz ging.
Of Sonja Barend ijdel was? Ik zou het niet weten. Ze had er in elk geval geen reden toe, en dat bedoel ik niet verkeerd of vervelend. Ze had immers geen concurrentie: je had Nederland 1, Nederland 2 en verder niets. We hebben het hier over de periode 1977-1996 en je hoefde de krant maar open te slaan of je had weer genoeg onderwerpen voor een hele week uitzendingen. Het gevolg was een bonte stoet van minderheden die de meerderheid vormden, en daar dan weer de slachtoffers en hun nabestaanden van, in een permanente parade en parmantige polonaise van mannen met zes tepels, vrouwen met drie borsten en andere zielige aandachtsorgels voordat Paul de Leeuw zich met hen ging bemoeien. Het was van de VARA, dus het moest informatief, onderwijzend en verheffend (Cambodja, Nicaragua, Oezbekistan) maar ook verstrooiend, divers en amusant (Gerard Reve, Johan Cruyff, Zangeres Zonder Naam). En dat kon allemaal, hoewel Jan Blokker van De Volkskrant haar een gratenkut noemde en Theo van Gogh haar hinderlijk achtervolgde. Over de doden niets dan goeds. Het was een gouden formule die regelmatig vijf miljoen kijkers trok, maar dat was dus vooral ook omdat er verder geen vergelijkbaar circus te zien was. Intussen heeft de verschraling toegeslagen en mag elke tiepmiep met een EHBO-diploma op één van de zesentachtig commerciële zenders een eigen talkshow leiden. Als dat de erfenis van Sonja Barend is dan moeten we haar standbeeld op het Media Park misschien nog maar even achterwege laten. Anders gezegd: als Britt Dekker de norm is dan moeten we niet vreemd opkijken dat Leonie ter Braak binnen afzienbare tijd de Nipkov-schijf wint, en Linda de Mol de Angela de Jong Award. Het zijn barre tijden.
Copyright Peter Bonder.