Vergunnings
Interessant artikel op tubantia.nl over de opkomst en ondergang van het merkwaardige fenomeen dat Hennie van der Most heet, de ondernemer en self-made-miljonair die furore én fortuin maakte met illegale avonturen, clandestiene stellages en frauduleuze constructies op wankele fundamenten, roekeloze begrotingen en bouwvallige prognoses. Hij trok half Nederland naar zijn wonderbaarlijke experimenten in troosteloze fabriekshallen, vervallen kazernes en overbodige kerncentrales die hij vulde met tweedehands kermissen, afgedankte horeca en de gebakken lucht van schraal bier, verlepte suikerspinnen en halfgare frikandellen. Er kon geen magazijn, sporthal of bedrijvencomplex beschikbaar komen of ‘Hennie’ zag er wel iets van amusement en rendement in, een combinatie die hem in no time tot een vermogend man maakte waaruit hij de onterechte conclusie trok dat hij ook wat te melden had. Dat had hij namelijk niet, en het beetje dat er uit kwam was van een dermate armzalig niveau dat je bij het aanhoren daarvan spontaan bevangen werd door plaatsvervangende schaamte. Het scheelde overigens wel dat hij vanwege een onnavolgbaar dialect nagenoeg onverstaanbaar was. Ik heb hem op het hoogtepunt van zijn roem een keer van nabij meegemaakt. Het was op een bijeenkomst van onze businessclub en ik weet niet meer of hij toen met zijn helicopter gekomen was. Wat ik me nog wel herinner was dat alles snel ging. Zijn optreden duurde ruim een kwartier, maar na afloop zou er nog een Meet & Greet zijn. Dat werd meer een Meat & Eat waarbij hij in absolute recordtijd drie moddervette gehaktballen naar binnen werkte – met de nadruk op werkte: ik heb nog nooit iemand zo luidruchtig, zo smerig en zo ordinair horen smakken.
Het was, kortom, een bijzondere avond die me vooral is bijgebleven vanwege het feit dat ‘Hennie’ kennelijk een hekel aan ‘vergunnings’ had. Hij liet dat in zijn betoog herhaaldelijk en met veel bombarie weten waarbij de minachting voor de ambtenaren er net zo van af droop als de reuzel uit de gehaktballen op z’n kin. Bureaucratie is voor de dommen, van subsidies word je lui en goede ideeën moet je niet doodcheck’n. Hij slingerde zich liever als een sloopkogel langs reglementen, voorschriften en procedures. Nu kan ik een zekere bewondering voor vrijgevochten ondernemers niet onderdrukken, maar misschien had Hennie hier en daar toch iets beter naar de ambtenaren moeten luisteren, of een subsidie moeten aanvragen voor een goede adviseur. In mei 2001 moesten honderden bezoekers van De Bonte Wever, een overdekte pretfabriek, rennen voor hun leven toen de tent compleet affikte. Later zou de brandweer in een vernietigend rapport oordelen dat ‘Hennie’ alle veiligheidsregels aan zijn laars had gelapt en gewoon geluk heeft gehad dat er geen doden zijn gevallen. Die mazzel heeft hij niet als in 2000 een veertigjarige man uit Kazachstan van een twintig meter hoge wiebelsteiger zonder bescherming kansloos te pletter valt bij de sloop van de kernreactor in Kalkar die een vermaakbunker moet worden met de idyllische sprookjesnaam Kernwasser Wunderland. Het slachtoffer was illegaal aan het werk voor omgerekend twee euro per uur. Daar waren geen ‘vergunnings’ voor en de conclusie is duidelijk: ‘Hennie’ gaat over lijken. Of liever gezegd: ging, want het sprookje is uit. Niemand gelooft hem nog in zijn bodemloze put met gouden bergen. Luchtkastelen gebouwd op drijfzand. Iets met boontje en loontje. Domme bal gehakt.
Copyright Peter Bonder.