‘Die gasten’
‘Die gasten moeten van straat’. Ach, daar was ze weer. Dilan Yesilgöz-Zegerius, schutspatroon voor vrijheid, democratie en hypotheekrente-aftrek, beschermvrouwe van de hardwerkende Nederlander, minister van defensie, fregatten zonder kanonnen en de tactiek der verschroeide aarde. Maar hier sprak ze als vice-premier van het kabinet-Jetten Nul in ferme taal over de rellen in Loosdrecht, aangewakkerd door haar extreem-rechtse trawanten Lidewij de Vos van FvD (Forum voor Deportatie), Gideon Markuszower van DNA (De Nieuwe Agressie) en Mona Keijzer van BZN (Blond Zonder Notie). ‘Die gasten moeten van straat’. Nee, daarmee bedoelde ze dus niet de genoemde politici die met hun demagogische teksten, subjectieve desinformatie en xenofobe retoriek het laaiende vuurtje nog eens stevig opgelierd hadden. Nee, ze wilde daarmee juist benadrukken dat de daders direct opgepakt moeten worden en dat er stevig moet worden opgetreden met noodbevelen, beschikkingen en gebiedsverboden. ‘Die gasten moeten van straat’. Kijk, zo kennen we haar weer. Zie ook het grijs gedraaide stoerheidsmantra ‘Keihard aanpakken dat tuig’ uit haar periode als minister van veiligheid en justitie. De criminelen lagen in een deuk, de cocaïne was niet aan te slepen en de georganiseerde misdaad liep de polonaise. Het enige dat ze keihard aanpakte was een Franse carnavalsmedaille in de orde van La Vache Qui Rit.

Die gasten, mevrouw Yesilgöz, constateren met ons dat u weigert de spreidingswet te steunen (afdeling Blaricum ook weer tevreden) en maar blijft hameren op uw slappe slogan ‘dat Nederland meer grip moet krijgen op asiel’. Die gasten, mevrouw Yesilgöz, hebben ook meegekregen dat u na de Maccabi-rellen in Amsterdam heeft gezegd dat moslimjongeren voor een groot deel de Nederlandse normen en waarden niet onderschrijven en dat de islam zich moet aanpassen aan onze liberale samenleving. Die gasten, mevrouw Yesilgöz, hebben u na de Nazi-manifestatie op het Malieveld niet gehoord over de Hitler-groeten en het Sieg Heil-gebrul, maar wel een belachelijke motie tegen de niet bestaande Antifa-organisatie zien ondertekenen. Die gasten, mevrouw Yesilgöz, stonden te kwijlen toen u als minister van justitie en veiligheid weigerde om het verbranden van een koran strafbaar te stellen vanwege de vrijheid van meningsuiting. Die gasten, mevrouw Yesilgöz, kwamen niet meer bij van het lachen en gaven elkaar een high five toen u voor de vorm wel het geweld in Loosdrecht veroordeelde (‘Van onze hulpverleners blijf je af’) maar met geen woord sprak over de doodsangsten die de asielzoekers en hun COA-begeleiders daar moeten hebben doorstaan. Die gasten, mevrouw Yesilgöz, zijn het product van uw schaamteloze pluchegeilheid die de deur wagenwijd openzette voor de anti-moslim-PVV van Geert Wilders en daarmee de anti-AZC-lobby van zijn donkerbruine strontschrapers uit de taboesfeer haalde. U laat anderen (onder wie Gideon Markuszower, de duivelse ceremoniemeester van uw permanente verkiezingscampagne) het vuile werk doen om goede sier met schone handen te maken.
Copyright Peter Bonder.