Kransenwedstrijd

De selectieve hypocrisie van sommige politici is zo langzamerhand even voorspelbaar als ondraaglijk. Op 15 mei werd in diverse grote steden, waaronder Amsterdam en Utrecht, met enig ceremonieel stilgestaan bij de Nakba ter herinnering aan de onteigening van Palestijnse bezittingen door het Israëlische leger tussen 1947 en 1949. Ik probeer het hier zo neutraal mogelijk te omschrijven en een voor de hand liggende creatieve vergelijking met bijvoorbeeld de methode-Markuszower te vermijden. Het is in dit land immers al zo ver dat alleen het woord ‘Palestijn’ elke nuance onmiddellijk doodslaat en aan beide kanten van het politieke spectrum heftige emoties oproept. Zo had zelfs een blinde waarnemer kunnen voorzien dat Femke Halsema vanwege haar aanwezigheid als burgemeester van Amsterdam bij de herdenking door de schuimende Telegraaf- en Elsevier-hordes als landverraadster in het algemeen en Hamas-groupie in het bijzonder zou worden gebrandmerkt. Haar collega in Utrecht, Sharon Dijksma, kreeg een aparte behandeling vanwege de pijnlijke procedurele blunder dat tijdens de Nakba-herdenking de kransen van 4 mei nog zichtbaar aanwezig waren. Dat veroorzaakte uiteraard enige verwarring die voorkomen had kunnen en misschien wel moeten worden, maar fractievoorzitter Mahmut Sungur van het Utrechtse DENK sprak verstandige woorden toen hij zei: ‘Het laatste wat we nu moeten doen is er een kransenwedstrijd van maken. Het moet gaan over respect en niet welke krans er eerst lag en is verplaatst’.

Netjes opgelost, zou je denken, maar dan hadden we buiten Annabel Nanninga gerekend, de rabiate rancunefurie van JA21 die het nationale integratiejargon verrijkte met het munten van de term ‘dobberneger’. Even voor uw beeldvorming: volgens cijfers van het Missing Migrants Projects, een organisatie van de Verenigde Naties, zijn in de afgelopen tien jaar minstens 36.000 vluchtelingen in gammele bootjes op diverse zeeën verdronken. Dat zijn veel dobbernegers, en gevreesd wordt dat de cijfers nog veel hoger zijn. Oké, de haatfreule zag haar kans schoon en twitterde totaal neutraal: ‘Kijk, zo ziet het terzijde schuiven van je eigen cultuur er uit. Bij een monument voor Nederlandse oorlogsslachtoffers worden de 4 mei-kransen achter het monument gedumpt om ruimte te maken voor de herdenking van een zwaar beladen buitenlands conflict’. En op GeenStijl was het allemaal nog veel erger: daar had ze het godbetert over ‘ónze 4 mei, ónze Holocaust’. Huh? Annabel Nanninga? Ónze 4 mei? Ónze Holocaust? Hoe dan? Dat was toch die glorieuze columniste van teksten als deze? Over háár 4 mei: ‘Dodenherdenking is mijn lievelingsdag’ en ‘Wat zijn jullie stil, is er iemand dood of zo?’ Over háár Holocaust: ‘Mein Kampf, je leest zes bladzijden en je hebt meteen zin Joden te vergassen’ en ‘Nu even wat Mein Kampfen kopen. Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met de kerstcadeaux. Sti-hille nacht, siegheilige nacht’. En onder het hoofdstuk #auschwitzen: ‘Gas geven als je een jood ziet, old habits die hard’. Hoezo terzijde schuiven van je eigen cultuur? Annabel Nanninga is het onsmakelijke uithangbord van bruinrechts Nederland.

bruinrechts

Copyright Peter Bonder.