Duiding

Nederland lijdt aan netcongestie, ik heb last van duidingstagnatie. Als simpele hockeyer en ervaringsdeskundige van coaching bij Meisjes 8D1 (‘Hier is de bal en daar is het doel’) raak ik volledig de weg kwijt in het tactische labyrinth waar de deskundigen in de diverse studio’s ons tijdens dit WK voetbal proberen wegwijs te maken. Het zal u misschien verbazen, maar René van der Gijp was ooit een geweldige analist met een kritische visie en heldere uitleg – totdat hij besloot om de oplettende kijker te vervelen met zijn zogenaamde ‘Manolevjes’ waardoor hij dacht dat hij leuk was en zich langzamerhand ontwikkelde tot een onuitstaanbare kwiebus met een irritante lachzak. En intussen moeten we ons behelpen met andere oud-voetballers die in een soort codetaal uit de school van de kleedkamer klappen met inwisselbare begrippen die de ruit op het middenveld ver overstijgen. Na het gelijkspel tegen Japan gaf Rafael van der Vaart de volgende riedel weg (met dank aan de tv-recensent van de NRC die voor u en mij heeft meegeschreven): ‘Eigenlijk moet Frenkie de Jong… want [onverstaanbaar], eigenlijk best goed… alleen hij moet zich nu eigenlijk gewoon… laat ze maar dekken met twee man… ben je twee man kwijt… dus hij moet nu eigenlijk helemaal niet aan de bal komen en dan moeten die anderen d’r gewoon eigenlijk voorbij dribbelen, maja, hij wil natuurlijk altijd maar zoeken, maja, dan neem je toch mensen mee enzo, maja, het moet van [onverstaanbaar]… links naar rechts… en gewoon beetje spirit erin’. Wat u zegt: geen touw aan vast te knopen. Maar helaas is hij niet de enige. Vroeger, toen had je Johan Cruyff. We missen niet alleen zijn buitenaardse voetbalkwaliteiten, we kunnen ook niet zonder zijn onnavolgbare teksten. Speciaal voor vanavond tegen de Zweden luisteren we nog één keer naar de Maestro: ‘Als ik zou willen dat je het begreep had ik het wel beter uitgelegd’.


Copyright Peter Bonder.