Monument

Vorige week vrijdag is in het Apeldoornse Zuiderpark het nationaal monument voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg onthuld. Laat dit even op u inwerken: een nationaal monument voor slachtoffers van mishandeling, misbruik of andere vormen van geweld in de jeugdzorg. Jeugd. Zorg. Twee begrippen die je niet meteen wilt associëren met welke vorm van geweld dan ook. De onthulling van het kunstwerk genaamd ‘De Erkenning’ vond plaats zeven jaar na publicatie van het rapport met de conclusie dat kinderen en jongeren in de Nederlandse jeugdzorg vanaf 1945 op grote schaal te maken hebben gehad met fysiek, psychisch en seksueel geweld. De commissie die dit onderzocht stond onder leiding van Prof. dr. Micha de Winter, hoogleraar in de orthopedagogiek aan de Universiteit van Utrecht. Eén zinsnede uit het eindverslag wil ik u niet onthouden: ‘Aanbevelingen zijn erop gericht de jeugdzorg in de toekomst veiliger te maken’. Bij ons thuis heet zoiets een banale dooddoener, in kringen van onderzoekers gaat het om ‘voortschrijdend inzicht’. Maar het wordt helemaal schrijnend als je dan leest dat de totstandkoming van het monument een van de officiële erkenningsmaatregelen is die voortkomen uit de aanbevelingen van de commissie. Ze hebben er dus zeven jaar over gedaan om een aanbeveling op te volgen. Nederland kennende is hiervoor een task force in het leven geroepen die op zeer verantwoorde wijze ruimschoots de tijd heeft genomen om na ampel beraad tot een eensluidend oordeel op basis van een afgewogen advies te komen. (Lees: carpaccio, prosecco, truffelmayonaise.) Het resultaat heet ‘Vlam en Vleugels’ en het geheel is vervaardigd uit glas (Transparantie! Perspectief! Reflectie!) met daaromheen een symbolisch pad dat verwijst naar herstel, vertrouwen, veiligheid en de rechten van het kind.

Een paar dagen voor de onthulling van het monument in Apeldoorn kwam het bericht dat twee jeugdzorginstellingen publiekelijk hun excuses hebben aangeboden aan jongeren van twaalf tot achttien jaar die op strenge gesloten afdelingen hebben gezeten, te kampen hebben met psychische en fysieke klachten en niet de juiste nazorg kregen. Ze zaten dagenlang opgesloten, werden vernederd en hardhandig in bedwang gehouden en daarna aan hun lot overgelaten. De daders gaan diep door het stof: ‘Het was niet jouw schuld. Jij was kind en je had hulp en zorg nodig. Die had je van ons moeten krijgen. Hierin zijn we tekortgeschoten. En daarvoor bieden we onze oprechte excuses aan’. De jeugdzorginstellingen zeggen dat ze hun verantwoordelijkheid willen nemen en samen met de jongeren gaan kijken hoe ze hen het beste kunnen helpen. Dat aanbod geldt dan helaas alleen voor degenen die het nog na kunnen vertellen want, zo luidt het slechte nieuws: ‘Zeven jongeren leven inmiddels niet meer’. Alweer dat getal. Zeven. Zou dat toevallig ook het favoriete cijfer van Fred Teeven zijn? Ik vraag het hierom: deze VVD-crimineel is namelijk voorzitter in de raad van toezicht bij de William Schrikker Stichting, berucht van de gruwelijke incidenten in Vlaardingen en Stadskanaal. Misschien komt hij zelfs wel in de task force die onder leiding van een heuse professor de aanbeveling doet om bij wijze van officiële erkenningsmaatregel over zeven jaar een monument te onthullen. Iets van glas (Transparantie! Perspectief! Reflectie!) met daaromheen een symbolisch pad dat verwijst naar herstel, vertrouwen, veiligheid en de rechten van het kind. Maar dan moeten er wel eerst zeven jongeren zelfmoord gepleegd hebben. Het is nooit te laat voor voortschrijdend inzicht.


Copyright Peter Bonder.