Armoedefonds
Als vrijwilliger bij de Voedselbank weet ik dat het in Nederland ongelijk verdeeld is. We leven hier in een van ’s werelds rijkste landen met een vaste plaats in de mondiale top tien. Binnen de Europese Unie staan we met een bbp (binnenlands bruto product) van ruim 65.000 euro zelfs vierde, na Luxemburg, Ierland en Denemarken. Een gevolg daarvan is dat het aantal miljonairs elk jaar stijgt met bijna twintigduizend waardoor er nu meer dan zeshonderdduizend huishoudens zijn met een vermogen van gemiddeld 1.600.000,- euro. Ruim zeshonderdduizend huishoudens hoeven zich dus geen zorgen te maken of ze aan het einde van de maand nog een warme maaltijd op tafel kunnen zetten, een tandenborstel moeten delen, hun kinderen zonder gevulde rugzak naar school moeten of dat er überhaupt nog wat in de ijskast ligt. Dat is namelijk de harde realiteit waarmee die andere zeshonderdduizend huishoudens van ónder de armoedegrens dagelijks te dealen hebben. Als er al een wasmachine in huis is hebben ze een probleem wanneer die kapot gaat. Vaak is er sprake van problematische schulden die door torenhoge aanmaningen alleen maar groter worden. Openbaar vervoer is te duur voor ze en als hun kinderen jarig zijn kunnen ze op school niet tracteren. Omdat ze niet mee kunnen doen raken ze in een sociaal isolement en armoede is ook slecht voor hun gezondheid: ze mijden de dokter, de specialist en de tandarts omdat ze die niet kunnen betalen.
Van de politiek in het algemeen en deze regering in het bijzonder moeten ze het niet hebben. De naïeve welzijnswerkers van D66 willen armoede bestrijden door in te zetten op vroege signalering, mensgerichte schuldhulpverlening en het vergroten van de bestaanszekerheid, de vrome zendelingen van CDA zien meer heil in vereenvoudiging van gemeentelijke regelingen en versterking van werk en sociale netwerken. Allemaal gratis bier, gouden bergen en grote beloften. Intussen willen beide coalitiepartijen dermate fors snijden in AOW, WW, WIA en andere verworven voorzieningen dat de FNV de aloude stakingsscenario’s van ‘Gansch het raderwerk staat stil als uw machtige arm het wil’ weer uit de kast heeft getrokken. Eigenlijk is alleen de VVD eerlijk: daar draaien ze er tenminste niet omheen dat ze schijt aan de minder bedeelden hebben. Ze hadden hun verkiezingsprogramma net zo goed ‘Eigen schuld dikke bult’ kunnen noemen maar omdat het bij de liberalen altijd nog lager kan gaven ze hun financiële paragraaf de arrogante titel ‘Rust in je portemonnee’ die qua fatsoen, mededogen en inleving misschien nog wel veel grievender overkomt – wat natuurlijk ook precies de bedoeling is.
Het staat er niet letterlijk met zoveel woorden maar wel tussen de regels met dezelfde strekking: we gaan minder geld uitgeven aan nutteloze slurpmachines als ontwikkelingshulp, ambtenaren, subsidies en sociale regelingen. Er komt groeigeld voor ondernemers die elkaar de bal toespelen, het eigen risico voor de sukkels in de zorg gaat omhoog en de slampampers die teren op toeslagen worden te grazen genomen. Het onbetaalbare privilege van een comfortabele oudedagzorg is alleen nog weggelegd voor MAX-pensionado’s als Erica Terpstra. Ook het rituele gejank om het behoud van de hypotheekrente-aftrek en het ontzien van de erfbelasting past precies in het doodlopende eenrichtingsstraatje van de VVD: kostenverlaging voor iedereen die werkt, spaart en onderneemt. Lang leve de hardwerkende Nederlander. De rest zoekt het maar uit en kan in noodgevallen altijd nog aankloppen bij het Armoedefonds. Het Armoedefonds? Jawel: het Armoedefonds. Nederland met z’n zeshonderdduizend miljonairs heeft een Armoedefonds. Om je dood te schamen, niet omdat je er gebruik van kunt maken, maar omdat het er is. Net zo schrijnend onrechtvaardig als de Voedselbank. Voor drie euro per maand kun je zo’n arme sloeber helpen, of om met Marcel van Dam te spreken: ‘Zo komt Jan Splinter door de winter’. Er zullen vast VVD’ers zijn die zo’n aalmoes geven om hun geweten te ontlasten zolang je er maar bij vertelt dat de fooi natuurlijk wel fiscaal aftrekbaar is. Ze vreten er geen biefstuk minder om.
Copyright Peter Bonder.