Bèta-brein

CDA-leider Henri Bontenbal oogt en praat als een joviale Rotterdammer, maar diep van binnen is hij nog altijd een van de acht kinderen uit een bevindelijk gereformeerd nest, waar het diepgewortelde zondebesef nooit ver weg is, met het gymnasiumdiploma van een reformatorische school en arbeidservaring in de duurzame energie. Zelf omschrijft hij zich als een protestantse jongen met een katholiek hart en die combinatie leidt soms tot de steile standpunten van een kille technocraat. Zo liet hij vorig najaar weten dat religieuze scholen homoseksuele leerlingen mogen afwijzen en dat ouders in zo’n geval hun kind naar een andere school kunnen brengen. Weliswaar trok hij volgens aloude confessionele tradities die keutel vrijwel meteen weer in (het was verkiezingscampagne en de spindokters begonnen te steigeren) met zo’n verbale spaghettisalto waarop alleen de trapezewerkers van lassowerper Ruud Lubbers het patent hebben: ‘Mijn bèta-brein ging meteen de techniek van de wet in’. Met andere woorden: hij betreurde de formulering, maar zijn principiële voorkeur voor het bestaan van bijzondere scholen op religieuze grondslag bleef recht overeind staan, net als zijn mening dat de spanning tussen de artikelen in de grondwet over de vrijheid van godsdienstig onderwijs en het gelijkheidsbeginsel bestaat en soms geaccepteerd moet worden. Kijk, daar heb je wat aan, als homoseksuele jongere op een school waar je met je geaardheid niet welkom bent.

Ook met andere jeugdigen heeft de CDA-voorman niet de affectie die je van een prominente christen-democraat verwachten mag. Begin deze maand schreef hij dat zijn partij ‘geen voorstander is van een nieuw kinderpardon’ in een reactie op ruim honderdduizend steunbetuigingen voor het Oezbeekse gezin Babayants dat al anderhalf jaar in een Kampense wijkkerk verblijft om uitzetting te voorkomen. Zolang de vele vrijwilligers de eredienst gaande houden kan de familie niets gebeuren. Dat het kabinet geen uitzondering wil maken is ’beleid’ waarover met andere partijen uitputtend is onderhandeld. Dat heet democratie. Henri Bontenbal zou evenwel namens het CDA op z’n minst een gebaar van goede wil kunnen maken, maar nee: hij trekt zich het persoonlijk leed weliswaar aan, maar betoogt in één adem door dat een nieuw kinderpardon een slechte prikkel zou zijn die ouders beloont voor gedrag dat niet in het belang van hun kroost is. Net zoals de ouders van homoseksuele kinderen maar een andere school moeten zoeken als ze ergens niet terecht kunnen. Die hebben tenminste nog een keus. Want nu wil ik geenszins een verkeerde, onterechte en volstrekt misplaatste vergelijking maken, maar de geschiedenis heeft geleerd waartoe meebuiging met het gezag in het uiterste geval kan leiden, met de nadruk op kan. Op de VPRO-radio is sinds kort de podcast ‘Een klassenfoto’ te beluisteren over de lotgevallen van Amsterdamse tieners die in de Tweede Wereldoorlog naar het Joods Lyceum moesten. Meer dan de helft van hen werd uiteindelijk vermoord door de Duitsers. Een van de pijnlijkste details in de audiodocumentaire is een citaat uit de brief die het hoofd van een reguliere school in 1941 aan de Duitse autoriteiten schreef: ‘In antwoord op uw schrijven heb ik de eer u bij deze de lijst van Joodse leerlingen te doen toekomen’. De dubieuze eer van een overijverig bèta-brein.

Description

Copyright Peter Bonder.