Bemoeizorg
Uit een redelijk ver verleden herinner ik me een prachtige opdracht die me als freelancer vergund werd. Ik mocht het jaarverslag schrijven voor een grote woningbouwvereniging die nog een gewone Nederlandse naam had in plaats van zo’n fancy verzinsel uit het trendy brainstormmagazijn van een hippe marketingfabriek. Een van de hoofdstukken ging over de grootscheepse renovatie van een traditionele volkswijk met behoud van het authentieke karakter en uit de interviews met de bewoners bleek de handhaving van het zogenaamde ‘bemoeibankje’ bij de voordeur een absolute must. Mensen bemoeien zich graag met dingen, met elkaar, met anderen, met van alles en nog wat en het vaste plekje daarvoor moest absoluut gehandhaafd blijven. Daar is op zich niet zo heel veel mis mee, voorzover het aantal personen beperkt blijft tot twee of drie, maar zodra er meer mensen gaan meepraten ontstaat het gevaar van verwarring, prietpraat en lariekoek. Bij een bemoeibankje kan dat nog wel gezellig zijn, in de maatschappij leidt het tot bureaucratie en voor de zorg is het een vorm van verstikking die veel problemen maskeert, en hen die hiervoor een oplossing zoeken de adem beneemt. Marcel Levi, voorzitter van de raad van bestuur van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), schreef in zijn column voor Het Parool dat de patiënt niet meer centraal staat, ondanks alle mooie slogans als ‘Samen zetten we de patiënt op één’, ‘Elke patiënt welkom’, ‘Zorg voor je leven’, ‘Bij ons voegen we waarde toe aan het leven van alle patiënten’ en de meest voorkomende: ‘Zorg met hart en ziel voor elke patiënt’. Om vervolgens het trieste verhaal te melden van een zeventigjarige man die al jaren in een verpleeghuis woont en voor een ernstige infectie drie dagen was behandeld in het AMC waarvan hij de bestuursvoorzitter is. Hij kon niet terug, want zijn verpleeghuis ‘deed geen opnames in het weekend’. Tja, daar sta je dan met je plechtige slagzin.
En dan hebben we het nog maar over de ‘gewone’ zorg. In de psychiatrie is het allemaal nog een paar graadjes erger, alleen al door het taalgebruik. Vorige week verscheen een rapport van de GGZ, de organisatie voor de geestelijke gezondheidszorg. Voor de insiders, de mensen die er werken, lijkt het al abracadabra, maar wat moeten buitenstaanders met deze alinea uit de aanbevelingen? ‘Investeer parallel in de negen versterkende bouwstenen om het systeem optimaal te laten functioneren. Zonder gezamenlijke Wmo + Zvw-financiering blijven OGGZ-bemoeizorg en FACT gescheiden door een overdrachtskloof waarin cliënten uit beeld raken, en blijven de achttien Movisiebouwstenen in paragraaf 7 een ambitie zonder uitvoeringsbasis.’ Hallo! Bent u daar nog? Mooi, dan gaan we door: ‘Pilot de lumpsumberekening in minimaal vijf representatieve, gespreide regio’s via MKBA-methodiek. Sluit aan op bestaande Companenfactsheets per woondealregio’. En intussen, terwijl de zorgverleners wanhopig proberen te begrijpen wat daar stáát, en vooral: wat daarmee bedoeld wordt, krijgen ruim zestigduizend volwassenen met een ernstige psychiatrische aandoening niet de zorg die ze nodig hebben. Ze verzuipen in het moeras van een systeem dat verdrinkt in een vacuüm met afkortingen als Wams, Wgs, Wmo, Wzd, Pwb, Zvw, Wlz, Wgbo, FACT, ForFACT, ADDO, MBZ, FACT+, Vip-teams en BIZ. De les die ik geleerd heb van dat jaarverslag voor die woningbouwvereniging is dat er op een bemoeibankje plaats is voor twee, hooguit drie personen. Zodra meer mensen er zich mee gaan bemoeien krijg je last van bemoeizorg. En daar wordt niemand beter van.
Copyright Peter Bonder.