Bolle Jos
De gewelddadige incidenten in het Gelderse Overasselt worden gelinkt aan een akkefietje met Jos Leijdekkers oftewel Bolle Jos. Bolle Jos, alleen de náám al.
Bolle Jos zou ook de naam kunnen zijn van een Limburgse VVD-bestuurder die er met de kas van de schuttersvereniging én de vrouw van de penningmeester vandoor gaat. Of van een Brabantse varkensboer die stelselmatig knoeit met hormonen in de biggenkorrels. Bolle Jos, dat is niet echt de gedroomde bijnaam voor een geslaagde topcrimineel met een imposant dossier. Nog maar vijfendertig jaar en toch al een grote vis voor het juridische vangnet: internationaal gezocht wegens drugshandel, geweldsdelicten, overvallen en liquidaties, in Nederland en België bij verstek veroordeeld tot meer dan honderd jaar gevangenisstraf en vorig jaar door de rechtbank van Rotterdam gemaand tot het terugbetalen van ruim negentig miljoen euro inzake criminele opbrengsten aan de Nederlandse staat. Sinds twee jaar vertoeft Bolle Jos in Sierra Leone waar hij op intieme voet verkeert met de dochter van president Julius Maada Bio bij wie hij intussen ook een kind heeft verwekt (bij de dochter, niet bij de president). Dankzij haar diplomatieke status kan hij onder het vrolijke alias van ‘Omar Sheriff’ zijn drugsvangsten ter waarde van tussen de honderd miljoen en twee miljard euro per jaar ongestoord in- en uitvoeren.
Het semi-Siciliaanse geschutter in Palermo aan de Maas zou het gevolg zijn van een conflict over een onderschepte partij van ruim achthonderd kilo cocaïne ter waarde van zo’n veertig miljoen euro. Veertig miljoen? Daar wordt je als Bolle Jos niet warm van, of zoals ze dat in Brabant zeggen: ‘Doarmet maakte gij mij de zeik nie wèrm nie’. Het is Bolle Jos hè? En geen Malle Pietje of Gekke Henkie, wat dan weer precies past bij zijn officiële reactie waarin hij zich ‘met klem distantieert van de ongefundeerde aantijgingen die stelselmatig op allerlei vlak worden geventileerd jegens hem en die gevaarzettend en bepaald niet rechtsstatelijk zijn’. Distantieert, ongefundeerd, geventileerd, gevaarzettend, rechtsstatelijk – dat is toch andere koek dan de taal waarmee onze oud-ministers Fred Grapperhaus en Hugo de Jonge collega’s en kamerleden tijdens de coronacrisis betitelden: soepjurken, jankerds, geriatrische beunhazen en rukkers die de ziekte konden krijgen dan wel ooit in het hiernamaals en misschien nog wel eerder gestraft zouden worden. Dilan Yesilgöz, ex-minister van keihard aanpakken dat tuig, schaart zich in hun rijtje met een welgemeend ‘rot op’ tegen een kritische verslaggeefster. En haar opvolger David van Weel maakt het helemaal bont: ‘Ik durf gewoon een dikke middelvinger op te steken naar Bolle Jos, en te vertellen dat we hem gaan pakken’. Tuurlijk joh. De holle lach van Bolle Jos is te horen vanuit Sierra Leone waar de hoofdstad niet voor niets Freetown heet. Al met al is het wel duidelijk: de echte stumperds zitten in Den Haag. En zolang de burgemeester van Overasselt zulke stropdassen mag blijven dragen wordt het wel heel erg lastig om onze dappere crimefighters serieus te nemen.
Copyright Peter Bonder.