Tongval
Tubantia wil weten wat we vinden van onze Twentse tongval en begint een artikel over dit onderwerp met de volgende tekst: ‘Mensen die met een zwaar Twents accent praten worden minder slim, minder aardig en minder geschikt ingeschat tijdens een sollicitatie. Maar hoe trotst bij jij überhaupt op je Twentse accent?’ Let even op de tweede zin en tel het aantal fouten in het Nederlands. Dat zijn er twee: hoe trotst en bij jij, nog even afgezien van het germanisme überhaupt. Oké, na deze valse start zullen we n Baants zoals de krant in de Twentse volksmond heet toch maar serieus nemen. En dan kijken we naar het antwoord op de vraag in hoeverre we ons schamen voor dat accent. Meer dan de helft (53%) is er onmeunig trots op. Een kleine minderheid (7%) probeert het juist zoveel mogelijk te verbloemen. En de rest (40%) reageert met die typisch Twentse nuchterheid: Randstad en Limburg hebben toch ook hun eigen dialect? Onniedan? Of zoals de boeren zeggen: t Is pas heui as t op zolder lig. Zelf neig ik naar die meerderheid, maar dan vooral met dank aan regionale grootheden als Johanna ter Steege en Herman Finkers, met in hun kielzog Nathalie Baartman, André Manuel, Ilse DeLange en de burgemeester van Losser in de Johma-reclame. Leonie ter Braak is een twijfelgeval, maar dat heeft vooral ook te maken met de beroerde kwaliteit van de waardeloze programma’s waarin ze figureert. Plaatsvervangende schaamte daarentegen maakt zich van mij meester inzake het monotone geknauw in het neandertaaltje van Erik ten Hag die volgens mij het meanderend zangerige van ‘t Twents ernstig mishandelt met zijn raspende cirkelzaag.
Een aparte vermelding verdient de persoon van Henk Kamp (Hengelo, 1952), erelid van de VVD en als meervoudig bewindspersoon regelmatig te gast bij diverse parlementaire enquêtes. Bij de ondervraging over de gaswinning in Groningen beweerde hij ‘onvoldoende geïnformeerd’ te zijn over de negatieve gevolgen voor de veiligheid van de bewoners en hun huizen. En voor zijn rol in het toeslagenschandaal beriep hij zich op een ‘breed gevoel in de samenleving’ over de harde aanpak van uitkeringsfraude waardoor de levens van honderden onschuldige burgers, hun kinderen en hun gezinnen werden verwoest. In beide gevallen begaf hij zich op gespannen voet met de waarheid, waarvoor het Twentse woordenboek een paar mooie synoniemen heeft die allemaal op hem van toepassing zijn:
- Hee lög dat et em daampt boavn n kop.
- Wat koomp van leegn, dat zal vervleegn. Mer hoo t ok geet, de woarheed steet.
- Hee kan harder leegn as n peerd loopn kan.
- Hee is an de eerste lögn nich börstn.
- Dee der lög, dee der bedrög.
- Den at lög möt good onthoaldn könn.
- Watleu kuiert völ en zeit wenig.
- t Hele vertelsel heank van lögns an mekaar.
(Met dank aan Gerrit Klaassen, Twentse Taalbank, De Nieje Tied.)

Copyright Peter Bonder.