Chantage

Bernd Trautmann, geboren in Bremen op 22 oktober 1923, was een parachutist in het Duitse leger toen hij tijdens de Tweede Wereldoorlog landde in een kamp voor krijgsgevangenen in Manchester. Daar speelde hij bij voetbalwedstrijden eerst als middenvelder mee maar toen er een keeper ontbrak ging hij op het doel staan. Dat verliep zo goed dat hij door de scouts van Manchester City werd ontdekt en een profcontract kreeg aangeboden. Na aanvankelijke protesten werd hij steeds populairder en speelde hij tussen 1949 en 1964 in totaal 545 wedstrijden voor de club. De meest legendarische was de met 3-1 gewonnen FA Cup Final tegen Birmingham City in 1956. Een kwartier voor tijd kwam hij hard in botsing met een tegenstander, maar hij speelde de wedstrijd uit, naar later bleek met een gebroken nekwervel. Het voorval maakte hem niet alleen in Manchester geliefd: na dat seizoen werd hij, als eerste niet-Britse speler, uitgeroepen tot Engels voetballer van het jaar. De bekerwinst was een van de weinige successen die Manchester City behaalde in een vrij marginaal bestaan, met als spaarzaam hoogtepunt een ‘gestolen’ landskampioenschap in 1968. Desondanks werd de Duitse keeper in 2007 door de City-fans gekozen tot beste clubspeler aller tijden.

In datzelfde jaar nam de Thaise miljardair Thaksin Shinawatra de club over voor ruim tachtig miljoen pond, bijna honderd miljoen euro. Een jaar later eindigde City als nummer negen in de Premier league en werden de aandelen doorverkocht aan sjeik Mansour bin Zayed al Nahyan die voor 185 miljoen een meerderheidsbelang kocht. Het vermogen van zijn Arabische familie wordt geschat op meer dan dertig miljard euro, waardoor The Citizens in één klap de rijkste club ter wereld werden, met alle gevolgen van dien. Het geld kon niet op, topspelers liepen de deur plat en de sportieve successen regen zich aaneen, met negen titels en vier bekers sinds 2011 en de Europa Cup in 2023. De salarissen waren sky high, met een uitschieter voor de Noorse doelpuntenmachine Erling Haland die per seizoen inclusief bonussen 45,5 miljoen euro binnenschiet. Maar ook een middelmatige voetballer als de Braziliaan Vitor Reis, tussentijds verhuurd aan het Spaanse Girona, staat nog altijd voor vier miljoen op de loonlijst. En zo pikken veel goudzoekers hun graantje mee uit de goedgevulde ruif van de evidente decadentie die vanuit de oliepompende zandbak hun kant oprolt.

Een van de motieven van de investeerders was het promoten van hun land op ‘sportief en cultureel gebied’. Sportief interesseert het ze geen bal: de eigenaar is sinds de overname in 2008 welgeteld twee keer naar een wedstrijd komen kijken. En cultureel komt het vooral neer op het sponsoren van Soedanese militairen en Colombiaanse huurlingen voor de oorlogen in Libië en Jemen. Dat een mensenleven daar niets waard is bleek al in 2018 toen de kritische journalist Jamal Khashoggi door de huurmoordenaars van de kroonprins werd vermoord en in stukken gezaagd. De steenrijke berbertokkies gaan gewoon hun eigen gang en laten zich door niemand de wet voorschrijven. Dat ging lang goed totdat het Duitse weekblad Der Spiegel het criminele netwerk ontrafelde van Meneer Mansour die met zijn proletenpoen een labyrintisch pyramidespel van financiële wanpraktijken speelde. Intussen oordeelde een onafhankelijke commissie van de Premier League vorige maand dat Manchester City schuldig is aan 114 van de 115 aanklachten. De sancties zijn nog niet bekend, maar de arrogante Arabieren zijn al begonnen met een brutaal tegenoffensief van botte chantage door te dreigen hun miljardeninvesteringen in de infrastructuur van Engeland (Oxford en Cambridge) en Manchester stop te zetten. Andy Burnham, premier van Engeland en ex-burgemeester van Manchester, zit daarmee in een lastig parket. Bijkomend probleem is dat er nu nergens meer een Duitse parachutist uit de lucht komt vallen om het land, de stad en de club van die ordinaire oliehufters te verlossen.


Copyright Peter Bonder.