Treinramp

In 1979 zocht Britisch Rail, de Engelse versie van onze NS, een nieuw reclamebureau. Het merk vertegenwoordigde vele miljoenen aan omzet, professioneel respect in de branche en een felbegeerde naam op elke klantenlijst. De grote favoriet om deze enorme opdracht binnen te slepen was het toen al legendarische Saatchi & Saatchi dat een jaar eerder alle beschikbare prijzen (en de verkiezingen) had gewonnen met de campagne ‘Labour is not working’ voor Margaret Thatcher. Maar er was één uitdager: het veel kleinere Allen, Brady & Marsh en dat kreeg ook een kans. De reputatie van British Rail was desastreus: ondermaatse prestaties, geen trein die op tijd liep, verwaarloosde faciliteiten, vieze stations, vuile toiletten en onbeleefd personeel. Op de dag van de presentatie meldde een vijfkoppige delegatie van British Rail, onder leiding van bestuursvoorzitter Sir Peter Parker, zich volgens afspraak om elf uur ’s ochtends bij Allen, Brady & Marsh. Ze werden ontvangen in een klein en smerig kamertje, met lege koffiebekers, asbakken vol peuken en vergeelde tijdschriften op een plakkerig tafeltje. Een ingehuurde actrice speelde een ordinaire receptioniste die aan de telefoon hardop praatte over haar pikante avonturen met een zekere Steve (‘kan ook Simon zijn geweest, het was iets met een S’) en na een kwartier kauwend vroeg: ‘Hebben jullie eigenlijk wel een afspraak, jullie zijn toch van British Steel?’ Toen de mannen tegen twaalf uur boos wilden weglopen kwamen ze Peter Marsh tegen, een van de directeuren van het reclamebureau. Hij keek ze recht in de ogen en zei: ‘U hebt net gezien en ervaren wat het publiek van British Rail vindt, laten we nu eens kijken wat we kunnen doen om dat recht te zetten’. Het was het begin van een succesvolle samenwerking die op basis van de iconische slogan This is the age of the train tot 1984 zou duren.

Ik moest aan dit geweldige verhaal denken toen de discussie in de talkshows ging over cybercriminelen die de reputatie van een bedrijf in één keer naar de filistijnen kunnen helpen. Als voorbeeld werd genoemd dat slimme IT’ers onze treinen ook andersom kunnen laten lopen. Terwijl we daar nog over nadachten werden we de volgende dag al uit de droom geholpen: de Nederlandse Spoorwegen hebben, met hun nietszeggende mavo-motto Goed voor elkaar. Goed vooruit, helemaal geen hackers nodig om zichzelf onmogelijk te maken. Op vrijdag 16 oktober kwam Prorail met het onthutsende bericht dat er die middag rond Utrecht vanaf half drie minder treinen zouden rijden door een tekort aan verkeersleiders vanwege een afscheidsborrel van ‘twee zeer gewaardeerde collega's’. Reizigers met de bestemmingen Amersfoort, Den Haag en Rotterdam hadden pech en moesten maar iets anders verzinnen. Dat dit op een vrijdagmiddag in de herfstvakantie letterlijk een mission impossible was, daar hadden ze bij Prorail geen boodschap aan, al vonden ze de overlast wel heel vervelend, ‘ongelofelijk vervelend’ zelfs. Dat is het niet. Dit was geen ‘digitaal veiligheidsincident’ zoals de supermarktwizzards de computercrash bij Albert Heijn probeerden te verbloemen. Dit is structurele lamlendigheid met stelselmatige lak aan service, betrouwbaarheid en efficiency. NS is een treinramp in slow motion. Een logistieke catastrofe van ongekende omvang. Zelfs British Rail had dit in 1979 niet durven te flikken. Knap reclamebureau dat dit nog recht kan zetten. Oh ja, de treinkaartjes worden wel bijna vijf procent duurder. Inhaal-indexatie, noemen ze dat. En dan is er nog geen blaadje op de rails gevallen.


Copyright Peter Bonder.